Leessuggesties

Cuppen, E. (2018). The value of social conflicts. Critiquing invited participation in energy projects. In Energy Research and Social Science (Vol. 38, pp. 28–32). Elsevier Ltd. https://doi.org/10.1016/j.erss.2018.01.016

Kelder, E., & Jonkers, J. (2010). Chantal Mouffe “een compromis is uiteindeljke altijd in het voordeel van de rijken.” Tijdschrift Voor Sociale Vraagstukken, 10, 4–6. https://www.socialevraagstukken.nl/wp-content/uploads/2010/11/TSS_2010_november_chantal-mouffe.pdf

Kenis, A., Bono, F., & Mathijs, E. (2016). Unravelling the (post-)political in Transition Management: Interrogating Pathways towards Sustainable Change. Journal of Environmental Policy and Planning, 18(5), 568–584. https://doi.org/10.1080/1523908X.2016.1141672

Savini, F., & Bertolini, L. (2019). Urban experimentation as a politics of niches, Environment and Planning A: Economy and Space, 51(4), 831–848. https://doi.org/10.11 https://doi.org/10.1177/0308518X19826085

De grote complexe vraagstukken van onze tijd, denk aan de energietransitie, de circulaire transitie of de woon- en ongelijkheidscrisis, zijn in hun aard verschillend, maar in hun pad naar verandering relatief gelijksoortig: ze vragen aanpakken die strijdig zijn met bestaande manieren van handelen van burgers, bedrijven en overheden. Want juist door die bestaande handelingspatronen zijn deze vraagstukken zo groot geworden. Wat we zien is dat overal in de samenleving partijen stappen proberen te zetten om samen aan deze complexe vraagstukken te werken. Dat gebeurt op verschillende schaalniveaus en met uiteenlopend jargon: in Living Labs, via ketenaanpakken, werkplaatsen of in transitiepaden bijvoorbeeld. Ook hier zien we een paar duidelijke lijnen: er is consensus dat je vernieuwing doet met een georkestreerde aanpak van een aantal betrokken partijen (burgers, ondernemers, overheden, ngo’s, kennisinstellingen etc.), dat je vaak klein en lokaal begint en dan probeert te ‘leren’ en ‘op te schalen’, oftewel dat succesvolle vernieuwingen langzaam de normale gang van zaken worden.

In deze special van Bewogen Stad reflecteren we op de keerzijde van deze op rationaliteit, overleg en consensus georiënteerde aanpakken, aan de hand van de hypothese dat hierbij vaak te weinig aandacht is voor bestaande belangen, macht en strijd. Het gevolg is dat er soms enige vorm van innovatie plaatsvindt, maar ook dat het effect daarvan gering is. Patronen, factoren en actoren die de huidige situatie in stand houden zijn vaak onvoldoende onderdeel van de vernieuwing.

Kritiek leveren op innovatietrajecten is eenvoudiger dan het aanwijzen van leerpunten uit een geslaagd voorbeeld. Hierbij toch een poging: het autoluw of zelfs autovrij maken van historische binnensteden. Deze transitie die inzette vanaf het einde van de 20e eeuw, gaat compleet in tegen het dominante idee van enkele decennia daarvoor dat binnensteden juist extra goed bereikbaar moesten worden voor de auto omdat ze anders hun economische vitaliteit zouden verliezen. Terwijl het vroeg naoorlogse programma bestond uit verkeersdoorbraken, nieuwe rondwegen en grote parkeergarages bewegen veel steden al langere tijd in de andere richting: via betaald parkeren, vergunningensystemen, eenrichtingsverkeer, het herinrichten van straten en pleinen met minder ruimte voor de auto en het werken aan alternatieven: beter openbaar vervoer, parkeren aan de randen van steden en meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Deze transitie is niet zonder slag of stoot gegaan en is veel steden nog steeds een belangrijk politiek thema.


Verschillende politieke lijnen en argumentaties voor een autoluwe of autovrije stad spelen een rol en soms versterken ze elkaar: bijvoorbeeld een autoluwe stad als duurzaam alternatief dat uitnodigt tot meer bewegen en leidt tot schonere lucht. Of het beeld dat minder auto’s de stad veiliger en aantrekkelijker maken voor bewoners en bezoekers. Tegelijkertijd zijn er politieke argumenten die terugduwen: blijft de stad bereikbaar voor bevoorrading, voor mensen die minder mobiel zijn, worden binnensteden niet te museaal en ontstaan er geen ongewenste waterbedeffecten aan de randen van de binnensteden?

Er is veel te leren van dit voorbeeld. Het is bij uitstek een setting waar macht een rol speelt om problemen en oplossingen te mogen en kunnen definiëren: macht van bewoners, bezoekers, ondernemers en belangengroepen. Maar ook macht van (lokale) politieke partijen die – soms gesteund, soms beperkt door Haagse of Europese kaders – concrete besluiten nemen. Tegelijkertijd is er een veranderend politiek, maatschappelijk en technologisch landschap waarin bijvoorbeeld anders wordt gedacht over de rol van auto’s in historische binnensteden dan een halve eeuw geleden. Het is ook een voorbeeld van een maatschappelijk vraagstuk dat niet via één aanpak plaatsvindt, maar juist een complexe wisselwerking is tussen allerlei deels samenhangende initiatieven in een veranderende omgeving. Het is daarmee ook een spiegel voor enkele van de voorbeelden uit dit nummer van Bewogen Stad die meer expliciet als ‘experiment’ worden neergezet. Deze zijn heel divers, bijvoorbeeld om de keten van theeproductie te verduurzamen, de realisatie van ‘vrije ruimten’ in Amsterdam te bevorderen of bewoners en ondernemers meer zeggenschap te geven over hun buurt.

Het zijn initiatieven die net als bij de aanpak van auto’s in historische binnensteden deels tegen bestaande denkbeelden en werkwijzen ingaan. Maar ze zijn vaak beperkt in hun succes omdat ze te omzichtig met het conflict, wat daar ontegenzeggelijk bij hoort, omgaan. Vaak zijn alleen partijen onderdeel van het initiatief die willen veranderen, en blijven andere krachten buiten beeld. Het voorbeeld uit de binnensteden leert juist dat strijd en (politiek) debat de aanpakken uiteindelijk sterker heeft gemaakt. Niet dat er nu unanimiteit is over het vraagstuk, maar wel heeft iedere binnenstadbewoner, -ondernemer of -bezoeker er een mening over en is er volop gelegenheid om dit via politieke voorkeuren of gedrag te uiten. In deze (doorgaande) politieke strijd hebben de meeste binnensteden zicht de afgelopen decennia positief ontwikkeld als aantrekkelijk woon- en verblijfsmilieu. Het is juist de stemverheffing van velen die daaraan hebben bijgedragen.

De rol van conflict en strijd bij de aanpak van belangrijke maatschappelijke vraagstukken: weinig politicologen zullen het belang ervan onderschatten. Conflict is immers een uitdrukking van betrokkenheid, terwijl strijd een productieve botsing is over wat de beste aanpak is: twee voorwaarden om verder te komen bij taaie uitdagingen. Media genieten er bovendien van en stimuleren conflict gretig. Toch vindt er in Nederland ongelooflijk veel sturing zonder stemverheffing plaats. En worden er liever Olifantenpaadjes gezocht dan structurele vragen gesteld. Een vorm van pragmatische slimheid of een gemiste kans?

Stan Majoor & Elke van der Heijden

Sturen met stemverheffing

VOORWOORD