Om dit te realiseren, dienen we ons steeds opnieuw twee basisvragen te stellen. Wat voor professionals willen wij afleveren aan werkveld en samenleving? Wat voor praktijkgericht onderzoek willen we uitvoeren? Voor een adequate beantwoording van deze cruciale vragen is duidelijk dat de drie D’s ons overal raken. In ons onderwijs, in ons onderzoek en in onze organisatie en bedrijfsvoering.

Hoe gaan we dat doen?
Waar streven we naar?

Ons streven is dat bedrijven en instellingen op de (inter)nationale arbeidsmarkt en participanten in de samenleving onze alumni en medewerkers waarderen als professional en als mens. Het herkennen en erkennen dat zij de drie D’s als vanzelfsprekende uitgangspunten nemen voor hun professionele en persoonlijke handelen is daarbij van het grootste belang. Wij streven ernaar dat zij als mens, professional en collega prima in staat zijn om hiervan de belichaming te vormen. Daarnaast willen we dat breed bekend is dat ons praktijkgerichte onderzoek nieuwe kennis, vaardigheden, gedragingen en innovaties oplevert waarbinnen deze drie D’s leidend zijn

De drie D’s
zijn overal

Duurzaamheid. Diversiteit en inclusie. Digitalisering. De drie D’s. Maatschappelijke hervormingen die de afgelopen jaren steeds belangrijker en manifest zijn geworden. Ook in de strategische ontwikkeling van de Faculteit Maatschappij en Recht voor de komende jaren vormen ze centrale thema’s en zijn ze mede koersbepalend. Ze hebben impact op onze manier van werken, op de resultaten die we nastreven, de diensten die we aanbieden en de producten die we realiseren.

Benno Premsela Huis - HvA
Onderzoeksdak(tuin) met Polderdak en zonnepanelen

Een ander aspect in het kader van een duurzame faculteit is ons streven om het energieverbruik en onze ecologische footprint van medewerkers en studenten te verminderen. Dit duurzame perspectief vereist een kritische herbezinning op ons beleid voor dienstreizen, woon- werkverkeer, thuiswerken en de uitvoering daarvan, bijvoorbeeld door vliegverkeer te verbieden voor dienstreizen binnen een bepaalde straal van de werkplek. FMR wendt daarnaast haar invloed aan om met het oog op de energiehuishouding van en in de HvA-gebouwen hetzelfde doel hogeschool breed te bereiken en, waar mogelijk, zelfs nog iets ambitieuzer te zijn.

Energieverbruik en onze ecologische footprint
Circulariteit van spullen en materialen
Duurzame totstandkoming producten
Het start- en referentiepunt
van alle bedrijfsvoering
Duurzaamheid in ons onderwijs

Wat voor professionals willen wij afleveren aan werkveld en samenleving?

Door de uitstoot van broeikasgassen en het verdwijnen van natuur warmt de aarde gevaarlijk op. De consequenties van deze opwarming zijn nu al zichtbaar en zetten de leefbaarheid van de aarde onder druk naarmate de temperatuur verder oploopt. Deze gevolgen raken met name jonge mensen omdat zij gedurende hun leven het meest te maken zullen krijgen met toenemende hittegolven, bosbranden, droogte, overstromingen, tropische cyclonen en mislukte oogsten. Om een wereldwijde catastrofe door klimaatontwrichting te beperken, zijn internationale afspraken gemaakt om de opwarming van de aarde te limiteren tot 1,5 graden door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Dit vraagt om een radicale transitie naar een duurzame samenleving die geen afbreuk doet aan de toekomst, maar hieraan bouwt.Wat voor professionals willen wij afleveren aan werkveld en samenleving? Wat voor praktijkgericht onderzoek willen we uitvoeren? Voor een adequate beantwoording van deze cruciale vragen is duidelijk dat de drie D’s ons overal raken. In ons onderwijs, in ons onderzoek en in onze organisatie en bedrijfsvoering. Hieronder verstaan we ook een adequate aansluiting van MBO/VO met het HBO.

De eerste D: Duurzaamheid
De eerste D: Duurzaamheid

Een ander aspect van duurzaamheid betreft de circulariteit van spullen en materialen. Daarmee willen we bovenal een voorbeeldfunctie vervullen naar onze studenten. Derhalve committeert FMR zich eraan om zo min mogelijk verspilling toe te staan en zoveel mogelijk spullen en materialen te hergebruiken. Voor producten die wij zelf niet meer kunnen of willen gebruiken, zullen we dan ook actief naar andere zinvolle bestemmingen zoeken, die hergebruik bevorderen en verspilling minimaliseren. Dit willen we niet alleen binnen FMR, maar ook binnen de hogeschool in haar geheel nastreven.

Een van deze aspecten is de duurzame totstandkoming van producten die we bij onze faculteit aanschaffen en gebruiken. Duurzaamheid is voor ons een doorslaggevend criterium bij de keuze van leveranciers en de keuze en het gebruik van producten binnen het inkoopbeleid van FMR.

Docenten en onderzoekers ontwikkelen zich blijvend op het thema duurzaamheid. FMR faciliteert en stimuleert daarom scholing en kennisdisseminatie op dit gebied. Bij werving van nieuwe medewerkers zal kennis van en ervaring met duurzaamheid bovendien vaker een functie-eis of een pré zijn. Ook ervaren studenten, medewerkers en partners in werkveld en samenleving dat duurzaamheid het start- en referentiepunt is van alle bedrijfsvoering binnen onze Faculteit Maatschappij en Recht. We onderscheiden daarbinnen een drietal aspecten en brengen die in onze manier van werken in de praktijk. 

We streven ernaar om het thema duurzaamheid als een rode draad in ons onderwijs en onderzoek terug te laten komen. In onze beroepsopleidingen is duurzaamheid steeds vaker onderdeel van het curriculum, in aangeboden lesstof en opdrachten. Centrale vraag daarbij is welke aspecten van de beroepsuitoefening, waarvoor wij onze studenten opleiden, duurzaam kunnen plaatsvinden? Het gaat dan om het bereiken van duurzame resultaten (= beroepsproducten) en het op een duurzame wijze bereiken ervan (= beroepshandelen). 

We streven ernaar dat onze alumni en studenten als vanzelfsprekend in hun handelen, communicatie, beleidsbeslissingen en adviezen het aspect duurzaamheid als leidend criterium meenemen. Voor onze docenten, onderzoekers en medewerkers op FMR geldt uiteraard hetzelfde, ook al vanwege hun voorbeeldfunctie. Duurzaamheid is ook steeds vaker object van onderzoek. Of een vanzelfsprekend aspect dat we actief meenemen in ons onderzoek. Dit geldt voor het praktijkgericht onderzoek in alle lectoraten van ons Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie (AKMI) en in het bijzonder voor het onderzoek bij het lectoraat Psychologie voor een Duurzame Stad, waarmee we leidinggevend willen zijn, zowel binnen als buiten de HvA. 

Realisering

Doelstelling

Vanuit visie en vooraf gestelde doelen heeft het thema duurzaamheid een vanzelfsprekende plek gekregen in de curricula van onze opleidingen en in het beleidskader van FMR.


In 2026 nemen alle actoren (medewerkers en studenten) binnen onze faculteit als vanzelfsprekend in hun handelen, communicatie, beleidsbeslissingen en adviezen het aspect duurzaamheid als leidend criterium mee. Alumni nemen deze beroepshouding mee het werkveld in.


  • Ontwikkelen en implementeren van een Dashboard Duurzaamheid en de uitkomsten ervan omzetten in jaarlijkse verbeterplannen die als onderlegger fungeren bij het A3 jaarplan FMR.

  • Ontwikkelen en aanbieden van een gemeenschappelijk onderwijsprogramma, c.q. cursus voor alle opleidingen.

  • Uitwerken van wat duurzaamheid kan betekenen per beroepscontext.

  • Uitwerken van een praktisch uitvoerbaar beleid gericht op vermindering van de reisbewegingen van medewerkers en studenten in woon/werk- en woon/studie-verkeer.

  • Ontwikkelen van een meerjarig communicatieplan duurzaamheid dat gericht is op het intensiveren en structureel maken van de interne en externe communicatie over duurzaamheid.

  • Ontwikkelen, aanbieden, stimuleren en faciliteren van scholing van docenten en medewerkers op het terrein van duurzaamheid.

  • Opzetten van een fysiek en/of digitaal netwerk of platform om goede duurzame praktijken te delen.

  • Aanstellen van een contactpersoon als aanspreekpunt voor duurzaamheid bij elke opleiding, bij de lectoraten van het AKMI, bij Leven Lang Ontwikkelen en bij de Bedrijfsvoering van FMR.

  • Optimaliseren van een goede doorstroom van MBO/VO naar HBO met behulp doorstroomgelden.


Acties

We richten ons als FMR vanuit deze waarden op werving en selectie, loopbaanontwikkeling, beoordeling en het geven van feedback.

Niet meer uitgaan
van de gemiddelde student

Zo gaan we er in ons onderwijs nog te veel en te vanzelfsprekend vanuit dat veel aspecten daarvan (curricula, docenten, roosters, studentendecanen, examencommissies e.d.) betrekking hebben op de gemiddelde student die nominaal studeert. Daarvan afwijkend (bijvoorbeeld als gevolg van een functiebeperking of fysieke en/of mentale problemen) wordt veelal gezien als een probleem voor de onderwijsprocessen. Daarbij moet ook gedacht worden aan zwangere studenten, studenten met (mantel)zorgtaken of financiële verantwoordelijkheden en aan hen met wensen die voortkomen uit topsport of religie en cultuur. Dit brede spectrum van studenten met hun mogelijkheden, onmogelijkheden, drempels, behoeften en wensen vraagt om een andere en dynamische benadering die de gelijkwaardigheid van studenten en medewerkers binnen onze faculteit voortdurend borgt en verbetert.

Een kritische blik

Een HR-beleid binnen FMR waarin gelijkwaardigheid, gelijke behandeling, gelijke kansen bieden en streven naar een diverse samenstelling van het personeel kernwaarden zijn, vraagt om een kritische blik. Als FMR is het van belang om de genoemde kernwaarden op te vatten als de toetsingscriteria voor ons huidige beleid. Ook hier gaat het om bewustwording en acceptatie, en daarmee om herkenning en erkenning van mogelijkheden om inclusie en diversiteit in ons personeelsbeleid te versterken.

We richten ons als FMR vanuit deze waarden op werving en selectie, loopbaanontwikkeling, beoordeling en het geven van feedback. Ons HR-beleid en de uitvoering daarvan toetsen we in de praktijk vanuit het perspectief van deze kernwaarden. Daar waar nodig streven we ernaar om dit beleid en de uitvoering daarvan aan te passen en te verbeteren.

Het ‘inclusiever’ maken van de onderlinge betrekkingen binnen FMR en ons gedrag daarbinnen vraagt om bewustwording en acceptatie. Door deze bewustwording pretenderen wij vormen van exclusie te herkennen en te erkennen en willen wij onze studenten en medewerkers hierop een handelingsperspectief geven. Wij zijn ons ervan bewust dat het realiseren van inclusiviteit een doorlopende ontwikkeling is, welke nooit eindigt en van ons een voortdurende reflectie op ons eigen handelen vraagt.

Bewust worden en accepteren
De D van Diversiteit & inclusie 

Vanzelfsprekend uitgangspunt is dat iedereen binnen de faculteit gelijkwaardig behandeld wordt en gelijke kansen krijgt.

Het is ons uitdrukkelijke streven om iedere student, docent, onderzoeker, medewerker en partner waarmee wij samenwerken welkom en veilig te laten voelen binnen onze faculteit. Vanzelfsprekend uitgangspunt is dat iedereen binnen FMR gelijkwaardig behandeld wordt en gelijke kansen krijgt.

Als FMR benaderen wij onze studenten inclusief en pretenderen daarmee een voorbeeldfunctie te vervullen die uitdraagt dat diversiteit en inclusie maatschappelijke kernwaarden zijn en evenzo van belang zijn in de beroepsuitoefening waarvoor wij studenten opleiden. Daarnaast dienen de kernwaarden diversiteit en inclusie onderwerp van gesprek te zijn in het klaslokaal en mogen deze waarden in de reflectie op de professionele ontwikkeling van studenten niet meer ontbreken.

De D van Diversiteit & inclusie 
Realisering
Doelstelling

Het onderwijs, onderzoek, HR-wervingsbeleid en de (informele) netwerken binnen FMR geven het fundament voor deze ambitie en zorgen voor voortdurende reflectie en verbetering hiervan. FMR biedt een handelingsperspectief wanneer uitsluiting wordt ervaren op het gebied van onderwijs, onderzoek en HR- wervingsbeleid.


Continu werken aan een werk- en leeromgeving, die door studenten, medewerkers en partners waarmee wij samenwerken, als welkom en veilig wordt ervaren. De scores op dit onderwerp in relevante survey als de NSE en de MM zijn ruimschoots verbeterd ten opzichte van 2021.


  • FMR screent het HR-beleid richting een divers personeelsbestand bij onderwijs, onderzoek en ondersteuning op inclusiviteit en neemt op basis van de analyses en adviezen verbetermaatregelen.
  • FMR continueert de ontwikkeling van en de communicatie over de leerlijn rond professionalisering van medewerkers op het terrein van diversiteit en inclusie.
  • FMR zorgt in nauwe samenwerking met SESI Community Center voor de opzet en inhoud van de nieuw opgezette workshop voor medewerkers, terwijl de HvA-Academie de organisatie en uitvoering ter hand neemt.
  • FMR start een onderzoekslijn naar vraagstukken rondom diversiteit en inclusie. In afstemming hiermee zoekt het SESI Community Center samenwerking met een of meer lectoraten, die beschikken over expertise en menskracht op dit terrein.  
  • SESI Community Center start een netwerk met vertegenwoordigers van de opleidingen van FMR, welke deze opleidingen ondersteunt bij het meer divers en inclusief maken van hun curriculum, en stimuleert dit proces.
  • Het platform van SESI Community Center verbreedt zich en ontwikkelt haar activiteiten langs twee parallelle, op elkaar afgestemde lijnen, een studentgerichte en een docentgerichte lijn. Beoogd resultaat is verbreding naar de hele faculteit en naar ‘HvA in de Stad’ met de ambities om op termijn een HvA-breed platform te zijn.                


Acties

Technologische ontwikkelingen in het beroepenveld vragen voortdurend om aanpassing van de onderwijsinhoud van de curricula van onze faculteit.

Digitalisering en het verzamelen en gebruiken van data levert ook de nodige (veiligheids-) risico’s op. Dit vergt bewustwording en een voortdurende dialoog en afweging over wat verantwoord, toegestaan en gewenst is. Keuzes die te allen tijde inzichtelijk dienen te zijn voor alle betrokkenen binnen FMR. Waarbij in acht moet worden genomen dat we als faculteit niet alleen staan of geheel autonoom zijn. We werken, zeker op het gebied van digitalisering, binnen het kader van de HvA en sluiten aan bij centraal uitgedachte strategieën en digitale architectuur.

Digitalisering levert FMR een schat aan data op, waarvan we steeds meer gebruik maken om onderwijs, onderzoek en organisatie te verbeteren. Het is essentieel om keuzes hieromtrent voortdurend af te zetten tegen ethische principes, dilemma’s en kernwaarden, en de privacy- en andere relevante wet- en regelgeving in acht te nemen.

Leren werken met ICT-toepassingen die verweven zijn in werkprocessen, wordt steeds belangrijker. Dit geldt in de samenleving, in ons onderwijs, in ons onderzoek en op de arbeidsmarkt voor onze hoogopgeleide professionals. De aandacht voor ICT-toepassingen is dus uiterst relevant voor onze studenten, docent-onderzoekers en medewerkers. Zo vragen technologische ontwikkelingen in het beroepenveld voortdurend om aanpassing van de onderwijsinhoud van de curricula van onze faculteit. Alle werkvelden en beroepen hebben immers te maken met (de gevolgen van) digitalisering. Ons onderwijs moet derhalve in hoog tempo aansluiten bij deze ontwikkelingen. Dit vraagt om inhoudelijk wendbare onderwijsprogramma’s die het mogelijk maken snel in te spelen op actuele ontwikkelingen en innovaties in de beroepspraktijk. Robuuste curricula met grotere eenheden, flexibilisering van leerpaden op basis van leeruitkomsten en een intensieve samenwerking met de beroepspraktijk en het onderzoek daarbinnen dragen daaraan bij. Deze thema’s staan daarom hoog op de agenda van de Faculteit Maatschappij en Recht.

FMR maakt binnen het onderwijs, onderzoek en in haar ondersteunende werkprocessen gebruik van digitale hulpmiddelen om de kwaliteit en effectiviteit van haar werkprocessen te verbeteren. Digitalisering wordt daarbij gezien als een belangrijk middel, maar is zeker geen doel op zich.

De risico’s vragen om bewustwording en dialoog
Waarde van data
versus ethiek en wetgeving
De relevantie van ICT
De D van Digitalisering
Doelstelling

Doelstelling

Vanuit een duidelijke visie op blended leren hebben onze opleidingen, ter verrijking van het onderwijs, beschikbare digitale hulpmiddelen optimaal geïntegreerd. Ook onderzoek en bedrijfsvoering hebben de aanwezige digitale hulpmiddelen optimaal geïntegreerd in hun processen.


In 2026 ervaart minimaal 70% van de medewerkers, zowel in het onderwijs als onderzoek en ondersteuning, dat digitale hulpmiddelen van waarde zijn in de dagelijkse werkpraktijk. Dit betekent dat de digitale systemen van de HvA als gebruiksvriendelijk ervaren worden, optimaal op elkaar zijn afgestemd of in samenhang ontworpen zijn en dat daarmee het digitale ecosysteem van hogeschool en FMR onderzoeksmethodiek en onderwijsconcepten zo optimaal mogelijk ondersteunt.


  • FMR blijft opleidingen in het project blended learning onverminderd stimuleren, faciliteren en ondersteunen, zowel bij de ontwikkeling van blended en hybride curricula als bij de begeleiding,  en professionalisering van docenten in implementatie en uitvoering van blended learning. Het aanbod dat FMR ontwikkelt, wordt optimaal afgestemd op vraag en behoefte van opleidingen.

  • Alle opleidingen van FMR (Ad, Ba en Ma) voeren de Maturity model quickscan (= nulmeting) uit in 2022 of 2023 om de huidige stand van zaken op het gebied van blended en hybride leren in hun opleiding vast te stellen.

  • Opleidingen stellen op basis van hun visie op onderwijs en didactiek en de uitkomsten van de nulmeting een plan van aanpak op voor de ontwikkeling van blended en hybride leren in hun curriculum voor de periode tot 2026.

  • Opleidingen faciliteren aantoonbaar in tijd en/of geld de professionalisering van docenten en medewerkers bij de ontwikkeling en uitvoering van blended en hybride leren in hun curricula.

  • FMR faciliteert pioniers, voorlopers en early adapters van  blended learning en zet hen in als boegbeelden, rolmodellen of best practices om hun kennis, vaardigheden en ervaringen te delen met collega’s en deze faculteit breed ter beschikking te stellen.

  • FMR neemt met meerdere representanten actief deel aan het HvA-brede project Onderwijsdata en deelt de daarin opgedane kennis en ervaringen binnen FMR.

  • Het AKMI onderzoekt de mogelijkheden om meer en gerichter gebruik te maken van extra en/of nieuwe digitale hulpmiddelen in alle fases van de voorbereiding, opzet, uitvoering, evaluatie, doorwerking en nazorg van relevante onderzoeksprocessen.

  • Het AKMI versterkt de samenwerking met de HvA/UvA-bibliotheken om optimaal gebruik te kunnen maken van beschikbare nieuwe digitale tools.

  • Het AKMI stelt in 2021-2022 een plan van aanpak op voor de inzet van een breder palet aan digitale tools bij het onderzoek. In dit plan van aanpak worden eventuele aanbevelingen op dit terrein vanuit de Externe Evaluatie Onderzoek AKMI (visitatie eind 2021) meegenomen.


Acties