In Montessori Kindcentrum Passe-Partout in Apeldoorn werken onderwijs van PCBO Apeldoorn en MAM’s kinderopvang dagelijks nauw samen aan één doorgaande lijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Binnen het kindcentrum is het heel gewoon dat peuters alvast een kijkje nemen bij de kleuters. Kinderen bewegen er spelenderwijs tussen opvang en onderwijs, maken kennis met Montessori-materialen en ontmoeten al vroeg de professionals die zij later ook op school tegenkomen.
“De deur stond hier eigenlijk altijd al open,” vertelt directeur Kim Lensen. “Kinderen van het mini-college mochten alvast een kijkje nemen bij de kleuters. Daar begon het ooit klein, en van daaruit groeide de samenwerking steeds verder.”
Samen met Nicole Bouwman, leidinggevende van MAM’s kinderopvang, vertelt zij hoe opvang en onderwijs binnen Passe-Partout al vanaf de start met elkaar verbonden zijn. In de loop der jaren kreeg die samenwerking steeds meer vorm, vanuit een gedeelde Montessori-visie en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van kinderen.
Door: Trynke Keuning & Shirine Bousaid (Hogeschool KPZ)
“Kinderen zouden de overgang naar school nauwelijks moeten merken”
Hoe opvang en onderwijs binnen Montessori Kindcentrum Passe-Partout samen bouwen aan één doorgaande lijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar
Montessori Apeldoorn
Portret
Eén visie als basis
Die samenwerking ontstond niet toevallig. Zowel school als kinderopvang werken vanuit dezelfde Montessori-visie. Uitgangspunt van het kindcentrum is: ‘Leer mij het zelf te doen’. Dat zie je terug in de manier waarop kinderen begeleid worden, maar ook in hoe opvang en onderwijs samenwerken.
Volgens Nicole vormt die gedeelde visie de kern van het kindcentrum. “Doordat je dezelfde visie deelt, is het mooi om die samenwerking aan te gaan,” vertelt ze. “Kinderen worden op dezelfde manier aangesproken en begeleid. Ze kennen de materialen, de werkwijze en de taal al. Daardoor voelt de overgang naar school heel natuurlijk.”
Dat gevoel van continuïteit vinden Kim en Nicole belangrijk. “Kinderen zouden de stap naar school eigenlijk nauwelijks moeten merken,” zegt Kim. Binnen het Montessori Kindcentrum wordt ontwikkeling gezien als een doorgaand proces. Kinderen krijgen ruimte om zelfstandig keuzes te maken, materialen te ontdekken en in hun eigen tempo te groeien. Daarbij speelt de zogenoemde ‘voorbereide omgeving’ een belangrijke rol: een omgeving waarin materialen bewust worden aangeboden om nieuwsgierigheid, zelfstandigheid en ontwikkeling te stimuleren.
“De omgeving stuurt op de activiteit,” legt Kim uit. “We denken daarom samen goed na over hoe we ruimtes inrichten en welke materialen zichtbaar zijn. Dat doen leidsters en leerkrachten echt samen.”
Eén doorgaande lijn
De samenwerking tussen opvang en onderwijs zit niet alleen in grote visies, maar juist ook in dagelijkse routines en praktische keuzes. Een mooi voorbeeld daarvan is de ‘parelmap’: een ontwikkelmap die al vanaf de babygroep wordt opgebouwd en meegaat tot en met groep 8. In de map verzamelen professionals foto’s, observaties, werkjes en belangrijke mijlpalen van kinderen. “Het is eigenlijk één map die met het kind meegroeit,” vertelt Nicole. “Daardoor kunnen we de ontwikkeling van kinderen heel goed volgen.”
In de dagelijkse omgang tussen peuters en kleuters wordt die doorgaande lijn eveneens zichtbaar. Wanneer jonge kinderen alvast een kijkje nemen bij de kleutergroepen, maken zij niet alleen kennis met de materialen en ruimtes, maar ook met de manier waarop kinderen met elkaar omgaan. Ze nemen gewoontes en afspraken spelenderwijs van elkaar over.
“Bijvoorbeeld: er mogen maximaal vier kinderen in een hoek spelen,” vertelt Nicole. “Als er al vier kinderen zitten, zeggen kinderen
zelf: het is vol, je mag iets anders kiezen.” Die gezamenlijke pedagogische aanpak zorgt volgens Kim en Nicole voor herkenning, veiligheid en rust voor kinderen.
Ook binnen het zogenoemde kosmisch onderwijs zoeken opvang en onderwijs de verbinding op. Vanuit betekenisvolle onderwerpen en thema’s ontdekken kinderen samenhang tussen bijvoorbeeld taal, rekenen, creativiteit en wereldoriëntatie. De opvang sluit daar waar mogelijk op aan, zodat kinderen herkenning ervaren in wat zij gedurende de dag tegenkomen.
In de map verzamelen professionals foto’s, observaties, werkjes en belangrijke mijlpalen van kinderen. “Het is eigenlijk één map die met het kind meegroeit,” vertelt Nicole. “Daardoor kunnen we de ontwikkeling van kinderen heel goed volgen.”
In de dagelijkse omgang tussen peuters en kleuters wordt die doorgaande lijn eveneens zichtbaar. Wanneer jonge kinderen alvast een kijkje nemen bij de kleutergroepen, maken zij niet alleen kennis met de materialen en ruimtes, maar ook met de manier waarop kinderen met elkaar omgaan. Ze nemen gewoontes en afspraken spelenderwijs van elkaar over.
“Bijvoorbeeld: er mogen maximaal vier kinderen in een hoek spelen,” vertelt Nicole. “Als er al vier kinderen zitten, zeggen kinderen zelf: het is vol, je mag iets anders kiezen.”
Die gezamenlijke pedagogische aanpak zorgt volgens Kim en Nicole voor herkenning, veiligheid en rust voor kinderen.
Ook binnen het zogenoemde kosmisch onderwijs zoeken opvang en onderwijs de verbinding op. Vanuit betekenisvolle onderwerpen en thema’s ontdekken kinderen samenhang tussen bijvoorbeeld taal, rekenen, creativiteit en wereldoriëntatie. De opvang sluit daar waar mogelijk op aan, zodat kinderen herkenning ervaren in wat zij gedurende de dag tegenkomen.
De verbinders van het kindcentrum
Een belangrijke schakel binnen de samenwerking zijn de combinatiefunctionarissen: medewerkers die zowel in school als bij de buitenschoolse opvang werken. Zij vormen de brug tussen opvang en onderwijs. “Het zijn echte verbinders,” zegt Kim. “Mensen die de kinderen, collega’s én de werkwijze van beide organisaties kennen.”
Overdag werken zij bijvoorbeeld als leraarondersteuner in school en later op de dag op de bso. Vaak blijven zij gekoppeld aan dezelfde leeftijdsgroep. Daardoor zien kinderen gedurende de dag vertrouwde gezichten terug.
“Die medewerkers weten hoe een kind de ochtend heeft beleefd,” vertelt Nicole. “Als er iets speelde in de klas, kan daar ’s middags op de bso rekening mee worden gehouden. Ook ouders krijgen daardoor een rijkere overdracht.”
De combinatiefunctionarissen spelen ook een belangrijke rol binnen de gezamenlijke professionalisering. Eén keer per jaar organiseert Passe-Partout een gezamenlijke studiedag voor het hele kindcentrum. Op die dag zijn zowel school als opvang gesloten en werkt het volledige team samen aan de gezamenlijke visie en ontwikkeling van het kindcentrum. Bij andere studiedagen van school zijn de combinatiefunctionarissen bewust aanwezig. Zij worden dan vrij geroosterd van de opvang, zodat zij kunnen deelnemen aan de studiedag van school en de opgedane inzichten later weer kunnen meenemen terug naar de opvang
“Zo blijft iedereen aangesloten bij dezelfde visie en ontwikkeling,” aldus Nicole.
Samenwerking in de kleine dingen
Volgens Kim en Nicole zit de kracht van het kindcentrum juist in de dagelijkse vanzelfsprekendheid van samenwerken op alle lagen. Zij delen een kantoor, drinken samen koffie, voeren gezamenlijke gesprekken met medewerkers, bespreken ontwikkelingen samen en stemmen voortdurend af. “Wij wijzen niet met vingers naar elkaar,” vertelt Nicole. “We zijn samen verantwoordelijk.”
Die gezamenlijke verantwoordelijkheid werkt door in de cultuur van het hele kindcentrum. Er is geen scherpe scheiding tussen opvang en onderwijs. Veel dingen voelen inmiddels vanzelfsprekend: opvangmedewerkers gebruiken materialen van school, leerkrachten schuiven aan bij de koffie, kinderen kennen professionals uit beide organisaties en medewerkers weten elkaar snel te vinden. “We hebben hier niet twee koffiezetapparaten,” zegt Nicole lachend.
Niet alleen de visie, maar ook het gebouw ondersteunt die samenwerking. De ruimtes zijn open ingericht, groepen staan met elkaar in verbinding en kinderen bewegen gemakkelijk tussen verschillende leeromgevingen. Daardoor ontstaan ontmoetingen vanzelf.
Volgens Kim en Nicole speelt ook het bestuur een belangrijke rol in het versterken van de samenwerking. Vanuit PCBO worden netwerkbijeenkomsten georganiseerd voor schoolleiders en leidinggevenden van de opvang, waarin gezamenlijk wordt nagedacht over de verdere ontwikkeling van kindcentra. “Het wordt echt gefaciliteerd en belangrijk gemaakt,” vertelt Kim.
Daarnaast helpt het volgens hen dat het bestuur niet alleen meedenkt, maar ook stimuleert om als kindcentrum te blijven
ontwikkelen. “We zijn al goed op weg,” zegt Kim, “maar er blijft altijd iets om verder te versterken.”
Blijven zoeken naar ruimte
Tegelijkertijd merken Kim en Nicole dat de wereld rondom opvang en onderwijs niet altijd is ingericht op intensieve samenwerking. Regels, financiering en organisatorische grenzen kunnen samenwerking soms ingewikkeld maken.
Een voorbeeld daarvan is het gemeentelijke toelatingsbeleid, waardoor kinderen uit de opvang niet automatisch kunnen doorstromen naar de school. Dat schuurt volgens hen met hun visie op een doorgaande ontwikkellijn. “Kinderen vanuit de hele stad komen naar ons kindcentrum, omdat de Montessori-visie hen aanspreekt. Door het toelatingsbeleid krijgen kinderen die dichterbij wonen en onze school niet kennen soms voorrang op kinderen die al vanaf de babygroep aan onze school verbonden zijn.”
Ook praktische zaken kunnen soms spanning geven. Zo bleek zelfs het printen van foto’s voor de gezamenlijke parelmappen onderwerp van gesprek. “Dit heeft dan vaak te maken met het financiële stuk: want wie bekostigd dan die printjes? School of kinderopvang?” legt Kim uit. “Maar wij kijken dan vooral: wat straal je daarmee uit als kindcentrum?”
Toch blijven ze zoeken naar mogelijkheden binnen de ruimte die er wél is. Uiteindelijk staat het kind centraal, én werkplezier van alle medewerkers natuurlijk.
Trots op wat er al staat
Deelname aan het onderzoeksproject Samenwerken in leren en opvoeden zorgde ook voor extra bewustwording. Door gesprekken met andere scholen en organisaties realiseerden Kim en Nicole zich opnieuw dat hun manier van samenwerken bijzonder is. “Voor ons voelt veel heel normaal,” vertelt Nicole. “Maar door het onderzoek merkten we opnieuw hoeveel we eigenlijk al samen doen.”
En precies daarin zit misschien wel de grootste kracht van Passe-Partout: samenwerking is hier geen los project of tijdelijke afspraak, maar onderdeel geworden van de dagelijkse cultuur.
“We zijn niet twee organisaties,” zegt Kim. “We zijn één kindcentrum.”
Portret
“Kinderen zouden de overgang naar school nauwelijks moeten merken”
Hoe opvang en onderwijs binnen Montessori Kindcentrum Passe-Partout samen bouwen aan één doorgaande lijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar
In Montessori Kindcentrum Passe-Partout in Apeldoorn werken onderwijs van PCBO Apeldoorn en MAM’s kinderopvang dagelijks nauw samen aan één doorgaande lijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Binnen het kindcentrum is het heel gewoon dat peuters alvast een kijkje nemen bij de kleuters. Kinderen bewegen er spelenderwijs tussen opvang en onderwijs, maken kennis met Montessori-materialen en ontmoeten al vroeg de professionals die zij later ook op school tegenkomen.
“De deur stond hier eigenlijk altijd al open,” vertelt directeur Kim Lensen. “Kinderen van het mini-college mochten alvast een kijkje nemen bij de kleuters. Daar begon het ooit klein, en van daaruit groeide de samenwerking steeds verder.”
Samen met Nicole Bouwman, leidinggevende van MAM’s kinderopvang, vertelt zij hoe opvang en onderwijs binnen Passe-Partout al vanaf de start met elkaar verbonden zijn. In de loop der jaren kreeg die samenwerking steeds meer vorm, vanuit een gedeelde Montessori-visie en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van kinderen.
Eén visie als basis
Die samenwerking ontstond niet toevallig. Zowel school als kinderopvang werken vanuit dezelfde Montessori-visie. Uitgangspunt van het kindcentrum is: ‘Leer mij het zelf te doen’. Dat zie je terug in de manier waarop kinderen begeleid worden, maar ook in hoe opvang en onderwijs samenwerken.
Volgens Nicole vormt die gedeelde visie de kern van het kindcentrum. “Doordat je dezelfde visie deelt, is het mooi om die samenwerking aan te gaan,” vertelt ze. “Kinderen worden op dezelfde manier aangesproken en begeleid. Ze kennen de materialen, de werkwijze en de taal al. Daardoor voelt de overgang naar school heel natuurlijk.”
Dat gevoel van continuïteit vinden Kim en Nicole belangrijk. “Kinderen zouden de stap naar school eigenlijk nauwelijks moeten merken,” zegt Kim. Binnen het Montessori Kindcentrum wordt ontwikkeling gezien als een doorgaand proces. Kinderen krijgen ruimte om zelfstandig keuzes te maken, materialen te ontdekken en in hun eigen tempo te groeien. Daarbij speelt de zogenoemde ‘voorbereide omgeving’ een belangrijke rol: een omgeving waarin materialen bewust worden aangeboden om nieuwsgierigheid, zelfstandigheid en ontwikkeling te stimuleren.
“De omgeving stuurt op de activiteit,” legt Kim uit. “We denken daarom samen goed na over hoe we ruimtes inrichten en welke materialen zichtbaar zijn. Dat doen leidsters en leerkrachten echt samen.”
Eén doorgaande lijn
De samenwerking tussen opvang en onderwijs zit niet alleen in grote visies, maar juist ook in dagelijkse routines en praktische keuzes. Een mooi voorbeeld daarvan is de ‘parelmap’: een ontwikkelmap die al vanaf de babygroep wordt opgebouwd en meegaat tot en met groep 8. In de map verzamelen professionals foto’s, observaties, werkjes en belangrijke mijlpalen van kinderen. “Het is eigenlijk één map die met het kind meegroeit,” vertelt Nicole. “Daardoor kunnen we de ontwikkeling van kinderen heel goed volgen.”
In de dagelijkse omgang tussen peuters en kleuters wordt die doorgaande lijn eveneens zichtbaar. Wanneer jonge kinderen alvast een kijkje nemen bij de kleutergroepen, maken zij niet alleen kennis met de materialen en ruimtes, maar ook met de manier waarop kinderen met elkaar omgaan. Ze nemen gewoontes en afspraken spelenderwijs van elkaar over.
“Bijvoorbeeld: er mogen maximaal vier kinderen in een hoek spelen,” vertelt Nicole. “Als er al vier kinderen zitten, zeggen kinderen zelf: het is vol, je mag iets anders kiezen.” Die gezamenlijke pedagogische aanpak zorgt volgens Kim en Nicole voor herkenning, veiligheid en rust voor kinderen.
Ook binnen het zogenoemde kosmisch onderwijs zoeken opvang en onderwijs de verbinding op. Vanuit betekenisvolle onderwerpen en thema’s ontdekken kinderen samenhang tussen bijvoorbeeld taal, rekenen, creativiteit en wereldoriëntatie. De opvang sluit daar waar mogelijk op aan, zodat kinderen herkenning ervaren in wat zij gedurende de dag tegenkomen.
In de map verzamelen professionals foto’s, observaties, werkjes en belangrijke mijlpalen van kinderen. “Het is eigenlijk één map die met het kind meegroeit,” vertelt Nicole. “Daardoor kunnen we de ontwikkeling van kinderen heel goed volgen.”
In de dagelijkse omgang tussen peuters en kleuters wordt die doorgaande lijn eveneens zichtbaar. Wanneer jonge kinderen alvast een kijkje nemen bij de kleutergroepen, maken zij niet alleen kennis met de materialen en ruimtes, maar ook met de manier waarop kinderen met elkaar omgaan. Ze nemen gewoontes en afspraken spelenderwijs van elkaar over.
“Bijvoorbeeld: er mogen maximaal vier kinderen in een hoek spelen,” vertelt Nicole. “Als er al vier kinderen zitten, zeggen kinderen zelf: het is vol, je mag iets anders kiezen.”
Die gezamenlijke pedagogische aanpak zorgt volgens Kim en Nicole voor herkenning, veiligheid en rust voor kinderen.
Ook binnen het zogenoemde kosmisch onderwijs zoeken opvang en onderwijs de verbinding op. Vanuit betekenisvolle onderwerpen en thema’s ontdekken kinderen samenhang tussen bijvoorbeeld taal, rekenen, creativiteit en wereldoriëntatie. De opvang sluit daar waar mogelijk op aan, zodat kinderen herkenning ervaren in wat zij gedurende de dag tegenkomen.
De verbinders van het kindcentrum
Een belangrijke schakel binnen de samenwerking zijn de combinatiefunctionarissen: medewerkers die zowel in school als bij de buitenschoolse opvang werken. Zij vormen de brug tussen opvang en onderwijs. “Het zijn echte verbinders,” zegt Kim. “Mensen die de kinderen, collega’s én de werkwijze van beide organisaties kennen.”
Overdag werken zij bijvoorbeeld als leraarondersteuner in school en later op de dag op de bso. Vaak blijven zij gekoppeld aan dezelfde leeftijdsgroep. Daardoor zien kinderen gedurende de dag vertrouwde gezichten terug.
“Die medewerkers weten hoe een kind de ochtend heeft beleefd,” vertelt Nicole. “Als er iets speelde in de klas, kan daar ’s middags op de bso rekening mee worden gehouden. Ook ouders krijgen daardoor een rijkere overdracht.”
De combinatiefunctionarissen spelen ook een belangrijke rol binnen de gezamenlijke professionalisering. Eén keer per jaar organiseert Passe-Partout een gezamenlijke studiedag voor het hele kindcentrum. Op die dag zijn zowel school als opvang gesloten en werkt het volledige team samen aan de gezamenlijke visie en ontwikkeling van het kindcentrum. Bij andere studiedagen van school zijn de combinatiefunctionarissen bewust aanwezig. Zij worden dan vrij geroosterd van de opvang, zodat zij kunnen deelnemen aan de studiedag van school en de opgedane inzichten later weer kunnen meenemen terug naar de opvang
“Zo blijft iedereen aangesloten bij dezelfde visie en ontwikkeling,” aldus Nicole.
Samenwerking in de kleine dingen
Volgens Kim en Nicole zit de kracht van het kindcentrum juist in de dagelijkse vanzelfsprekendheid van samenwerken op alle lagen. Zij delen een kantoor, drinken samen koffie, voeren gezamenlijke gesprekken met medewerkers, bespreken ontwikkelingen samen en stemmen voortdurend af. “Wij wijzen niet met vingers naar elkaar,” vertelt Nicole. “We zijn samen verantwoordelijk.”
Die gezamenlijke verantwoordelijkheid werkt door in de cultuur van het hele kindcentrum. Er is geen scherpe scheiding tussen opvang en onderwijs. Veel dingen voelen inmiddels vanzelfsprekend: opvangmedewerkers gebruiken materialen van school, leerkrachten schuiven aan bij de koffie, kinderen kennen professionals uit beide organisaties en medewerkers weten elkaar snel te vinden. “We hebben hier niet twee koffiezetapparaten,” zegt Nicole lachend.
Niet alleen de visie, maar ook het gebouw ondersteunt die samenwerking. De ruimtes zijn open ingericht, groepen staan met elkaar in verbinding en kinderen bewegen gemakkelijk tussen verschillende leeromgevingen. Daardoor ontstaan ontmoetingen vanzelf.
Volgens Kim en Nicole speelt ook het bestuur een belangrijke rol in het versterken van de samenwerking. Vanuit PCBO worden netwerkbijeenkomsten georganiseerd voor schoolleiders en leidinggevenden van de opvang, waarin gezamenlijk wordt nagedacht over de verdere ontwikkeling van kindcentra. “Het wordt echt gefaciliteerd en belangrijk gemaakt,” vertelt Kim.
Daarnaast helpt het volgens hen dat het bestuur niet alleen meedenkt, maar ook stimuleert om als kindcentrum te blijven
ontwikkelen. “We zijn al goed op weg,” zegt Kim, “maar er blijft altijd iets om verder te versterken.”
Blijven zoeken naar ruimte
Tegelijkertijd merken Kim en Nicole dat de wereld rondom opvang en onderwijs niet altijd is ingericht op intensieve samenwerking. Regels, financiering en organisatorische grenzen kunnen samenwerking soms ingewikkeld maken.
Een voorbeeld daarvan is het gemeentelijke toelatingsbeleid, waardoor kinderen uit de opvang niet automatisch kunnen doorstromen naar de school. Dat schuurt volgens hen met hun visie op een doorgaande ontwikkellijn. “Kinderen vanuit de hele stad komen naar ons kindcentrum, omdat de Montessori-visie hen aanspreekt. Door het toelatingsbeleid krijgen kinderen die dichterbij wonen en onze school niet kennen soms voorrang op kinderen die al vanaf de babygroep aan onze school verbonden zijn.”
Ook praktische zaken kunnen soms spanning geven. Zo bleek zelfs het printen van foto’s voor de gezamenlijke parelmappen onderwerp van gesprek. “Dit heeft dan vaak te maken met het financiële stuk: want wie bekostigd dan die printjes? School of kinderopvang?” legt Kim uit. “Maar wij kijken dan vooral: wat straal je daarmee uit als kindcentrum?”
Toch blijven ze zoeken naar mogelijkheden binnen de ruimte die er wél is. Uiteindelijk staat het kind centraal, én werkplezier van alle medewerkers natuurlijk.
Trots op wat er al staat
Deelname aan het onderzoeksproject Samenwerken in leren en opvoeden zorgde ook voor extra bewustwording. Door gesprekken met andere scholen en organisaties realiseerden Kim en Nicole zich opnieuw dat hun manier van samenwerken bijzonder is. “Voor ons voelt veel heel normaal,” vertelt Nicole. “Maar door het onderzoek merkten we opnieuw hoeveel we eigenlijk al samen doen.”
En precies daarin zit misschien wel de grootste kracht van Passe-Partout: samenwerking is hier geen los project of tijdelijke afspraak, maar onderdeel geworden van de dagelijkse cultuur.
“We zijn niet twee organisaties,” zegt Kim. “We zijn één kindcentrum.”
Door: Trynke Keuning & Shirine Bousaid (Hogeschool KPZ)