Nederland

Praktijkvoorbeelden

Familiescholen zijn scholen die extra ondersteuning en voorzieningen bieden aan kinderen en gezinnen. Dat doen ze door een rijk aanbod te organiseren voor kinderen, door ouders te betrekken en door perspectief te bieden voor gezinnen (Mak et al., 2024). Met als doel om kansen voor kinderen en jongeren te vergroten, en hun welbevinden te versterken. De eerste tien Familiescholen zijn in 2019 van start gegaan in Amsterdam. De Gemeente Amsterdam nam het initiatief om hen hiervoor subsidie te geven. Daarbij hanteerde de Gemeente het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen, en kwamen scholen in aanmerking waar leerlingen niet dezelfde kansen krijgen als in andere delen van de stad. Scholen kregen de ruimte om een eigen invulling te geven aan de Familieschool-aanpak, zodat deze aansloot bij hun omgeving.

Familieschool

In deze vergelijkende casestudy, is een van de deelnemende basisscholen uit de pilot meegenomen. Deze Familieschool is gevestigd in een wijk waarin het lerarentekort groter is dan gemiddeld in Amsterdam. De schoolweging1 is relatief hoog, wat betekent dat er grotere risico’s zijn op onderwijsachterstanden (NCO Informatiepunt, 2023). Ongeveer de helft van de gezinnen leeft op of onder de armoedegrens wat kan leiden tot financiële stress. Ook wonen gezinnen vaak in kleine en verouderde huizen. Tegelijkertijd is het een wijk met sterke en diverse gemeenschappen. Ouders, scholen en wijkpartners werken hier samen om perspectief te bieden aan kinderen in de wijk.

Op deze school heeft het team samen met ouders en wijkpartners een plan gemaakt voor hoe ze invulling wilden geven aan het concept ‘Familieschool’. Zo is er gekozen om een ouderservicepunt (OSP) in te richten, waarbij het Buurtteam en het Ouder-Kind Team (OKT) betrokken zijn. Dit is een fysieke ruimte in de school waar ouders naar toe kunnen gaan voor ontmoeting en advies. Op school is elke week een inloopspreekuur waar ouders met vragen terecht kunnen bij medewerkers van beide organisaties. Het Buurtteam richt zich op vragen over financiële voorzieningen, waaronder de Stadspas, Jeugdfonds Sport & cultuur en Pak je kans-regelingen (voor bewoners die met weinig geld moeten rondkomen). Het OKT kan ouders ondersteunen bij vragen over de ontwikkeling van kinderen, opvoeden en de situatie thuis. Er wordt veel gebruik gemaakt van het OSP en het inloopspreekuur. Veel ouders worden via het OSP doorverwezen naar hulpverlening.

Ook worden er regelmatig ouderactiviteiten georganiseerd voor en door ouders. Tijdens koffieochtenden wordt voorlichting gegeven en worden cursussen georganiseerd over onderwerpen die ouders belangrijk vinden. Ook is er voor ouders les in de Nederlandse taal, waarbij ouders ook leren hoe ze hun kind kunnen

helpen met taal en school. Deze cursus wordt verzorgd door organisaties uit Amsterdam. Voor ouders die daar behoefte aan hebben is er loopbaancoaching beschikbaar. Dit bood de school eerder ook al aan vanuit een andere subsidie die was gekoppeld aan het opleidingsniveau van de ouders, maar met behulp van de AFS-subsidie staat het nu open voor alle ouders.

De school zet sterk in op een gedeelde visie en aanpak binnen het team. Onderdeel van deze aanpak is dat iedereen die op de school werkt, zich bewust is van het feit dat het een Familieschool is en wat dit vraagt van hun houding en professionele rol. Bij het aannemen van nieuwe collega’s wordt bijvoorbeeld ook gezocht naar mensen die de visie delen dat de school er niet alleen is voor het verzorgen van goed onderwijs, maar ook om gezinnen verder te helpen. Docenten hebben een belangrijke signalerende rol, en maken daarbij ook gebruik van een signaleringslijst waarin vragen over armoede zijn opgenomen. 

De school verbindt het concept van de Familieschool aan de aanpak van de Transformatieve School (Gelijke Kansen Alliantie, 2024). Deze aanpak richt zich op het verbinden van de verschillende leefwerelden waarin kinderen zich bevinden: thuis, in de wijk en op school. Door aandacht te hebben voor mogelijke verschillen tussen deze leefwerelden, kan de school beter aansluiten bij wat er speelt bij kinderen en hun families. Binnen de visie van de Transformatieve School spelen positieve verwachtingen van leerlingen en ouders ook een centrale rol. Teamleden leren door middel van intervisie en trainingen meer van elkaar en van externen, waaronder ook van lokale partnerorganisaties.

Bovenstaande aanpak wordt gedeeltelijk gefinancierd vanuit de Familieschool-

subsidie van de Gemeente Amsterdam. De basisschool maakt daarnaast ook gebruik van andere landelijke en lokale subsidieregelingen om het aanbod voor kinderen en gezinnen vorm te geven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Familiepakket, een lokale regeling van de Gemeente voor de inzet van medewerkers van het Buurtteam voor inloopspreekuren op school. Ook zijn er zogenaamde School en Omgeving gelden vanuit de landelijke overheid om het buitenschools aanbod voor leerlingen te vergroten, in samenwerking met wijkpartners.

In een Integraal Kind Centrum (IKC) werken kinderopvang, basisschool en zorg intensief samen aan de ontwikkeling van kinderen. Dit doen ze vanuit dezelfde locatie, met een gezamenlijke pedagogische visie en aanpak. Op deze manier worden kinderen tussen nul en dertien jaar in een doorgaande lijn begeleid in hun ontwikkeling (Veen et al, 2019). Ook heeft deze interprofessionele samenwerking vaak als doel om ondersteuningsbehoeften vroeg te signaleren. Bijna 9 op de 10 basisscholen werkt samen met de kinderopvang, waarbij 1 op de 10 basisscholen als een organisatie naar buiten treden (Groen et al, 2025).

In deze vergelijkende casestudy is een IKC meegenomen uit een dorp met minder dan 10.000 inwoners. In dit dorp bevinden zich twee basisscholen, elk met ongeveer 300 leerlingen. Het dorp maakt bestuurlijk gezien deel uit van gefuseerde gemeente in een landelijk gebied. Volgens de school en de Gemeente is er in het dorp weinig te doen voor kinderen en jongeren. Veel voorzieningen bevinden zich elders, niet in het dorp. Er is ook geen ontmoetingsplek, daarom wordt gehangen op straat. De schoolweging1 ligt iets boven het landelijke gemiddelde, wat wil zeggen dat er een iets groter risico is op onderwijsachterstanden (NCO Informatiepunt, 2023).Er is op deze school relatief veel variatie in de achtergrondkenmerken

Integraal Kind Centrum

van de ouders.De school en de Gemeente geven bijvoorbeeld aan dat een deel van de ouders van de school heeft veel geld te besteden heeft, en een deel van de ouders (ongeveer 20-25%) juist moet rondkomen van weinig geld.

Dit IKC heeft in 2019 aangegeven aan de Gemeente dat er veel zorgvragen waren bij de kinderen waar ze niet de juiste ondersteuning aan konden bieden. Het welbevinden van de kinderen nam volgens de school af. De directeur van de school heeft toen allerlei partijen bijeengebracht en hiervan uit is er een nauwere, integrale samenwerking ontstaan. Deze samenwerking richt zich op het vergroten van het welzijn van kinderen op en rond school, waaronder het naschools aanbod.

De voornaamste interventie is de inzet van jongerenwerkers en een jeugdondersteuner op de basisschool. Deze professionele krachten wordt betaald door de Gemeente. Ze zijn niet in dienst bij de school maar bij welzijnsorganisaties waar ook andere jongerenwerkers en jeugd- en gezinsondersteuners werken. De Gemeente betaalt voor deze extra menskracht met het idee dat hier een preventieve werking vanuit gaat en kinderen later minder gebruik hoeven te maken van jeugdhulp. De school geeft aan nu veel sneller contact te kunnen leggen met de juiste ondersteuningspartners, dankzij het netwerk en de expertise van de jongerenwerkers en de jeugdondersteuner in de school. Zij kennen iedereen en kunnen makkelijk en snel doorverwijzen.

Met jongerenwerk wordt al iets langer samengewerkt, met de jeugdondersteuner sinds dit jaar. Deze professionals zijn in de klas en op het schoolplein aanwezig en leggen laagdrempelig contact met kinderen en ouders. Samen met leerkrachten signaleren ze mogelijke ondersteuningsbehoeften en helpen met verwijzing naar


De aanpak sluit aan bij de ‘beweapproach’ en het belang van interdisciplinair samenwerken in een veranderende samenleving, zoals onder meer beschreven in het boek ‘Over het schoolhek heen’ (van der Star, 2022). Ook wordt gebruik gemaakt van het gedachtengoed van de Transformatieve School van Iliass el Hadioui, wat onder meer uitgaat van hoge verwachtingen en aandacht hebben voor de verschillen tussen de leefwerelden (thuis, school, op straat) waar kinderen zich tussen bewegen.

relevante instanties. Zij weten waar kinderen en gezinnen terecht kunnen, waaronder ook armoedevoorzieningen. Ook dragen ze bij aan de verdere professionalisering van het team bij het begeleiden van de kinderen op school.

Samen met sport- en muziekverenigingen uit de regio is daarnaast ook een naschools aanbod in en om de school ontwikkeld, waar kinderen aan mee kunnen doen. Het aanbod is bedoeld om hen meer kansen te bieden om zich te ontwikkelen. Voor ouders worden de kosten laag gehouden en indien nodig kunnen ze vanuit de bijzondere bijstand van de gemeente aan deze bijdrage voldoen.

Nederland

Praktijk-voorbeelden

Familieschool in
een grootstedelijke context

Familiescholen zijn scholen die extra ondersteuning en voorzieningen bieden aan kinderen en gezinnen. Dat doen ze door een rijk aanbod te organiseren voor kinderen, door ouders te betrekken en door perspectief te bieden voor gezinnen (Mak et al., 2024). Met als doel om kansen voor kinderen en jongeren te vergroten, en hun welbevinden te versterken. De eerste tien Familiescholen zijn in 2019 van start gegaan in Amsterdam. De Gemeente Amsterdam nam het initiatief om hen hiervoor subsidie te geven. Daarbij hanteerde de Gemeente het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen, en kwamen scholen in aanmerking waar leerlingen niet dezelfde kansen krijgen als in andere delen van de stad. Scholen kregen de ruimte om een eigen invulling te geven aan de Familieschool-aanpak, zodat deze aansloot bij hun omgeving. In deze vergelijkende casestudy, is een van de deelnemende basisscholen uit de pilot meegenomen. Deze Familieschool is gevestigd in een wijk waarin het lerarentekort groter is dan gemiddeld in Amsterdam. De schoolweging[1] is relatief hoog, wat betekent dat er grotere risico’s zijn op onderwijsachterstanden (NCO Informatiepunt, 2023). Ongeveer de helft van de gezinnen leeft op of onder de armoedegrens wat kan leiden tot financiële stress. Ook wonen gezinnen vaak in kleine en verouderde huizen. Tegelijkertijd is het een wijk met sterke en diverse gemeenschappen.

Ouders, scholen en wijkpartners werken hier samen om perspectief te bieden aan kinderen in de wijk. Op deze school heeft het team samen met ouders en wijkpartners een plan gemaakt voor hoe ze invulling wilden geven aan het concept ‘Familieschool’. Zo is er gekozen om een ouderservicepunt (OSP) in te richten, waarbij het Buurtteam en het Ouder-Kind Team (OKT) betrokken zijn.

Dit is een fysieke ruimte in de school waar ouders naar toe kunnen gaan voor ontmoeting en advies. Op school is elke week een inloopspreekuur waar ouders met vragen terecht kunnen bij medewerkers van beide organisaties. Het Buurtteam richt zich op vragen over financiële voorzieningen, waaronder de Stadspas, Jeugdfonds Sport & cultuur en Pak je kans-regelingen (voor bewoners die met weinig geld moeten rondkomen). Het OKT kan ouders ondersteunen bij vragen over de ontwikkeling van kinderen, opvoeden en de situatie thuis. Er wordt veel gebruik gemaakt van het OSP en het inloopspreekuur. Veel ouders worden via het OSP doorverwezen naar hulpverlening. Ook worden er regelmatig ouderactiviteiten georganiseerd voor en door ouders. Tijdens koffieochtenden wordt voorlichting gegeven en worden cursussen georganiseerd over onderwerpen die ouders belangrijk vinden. Ook is er voor ouders les in de Nederlandse taal, waarbij ouders ook leren hoe ze hun kind kunnen helpen met taal en school. Deze cursus wordt verzorgd door organisaties uit Amsterdam. Voor ouders die daar behoefte aan hebben is er loopbaancoaching beschikbaar. Dit bood de school eerder ook al aan vanuit een andere subsidie die was gekoppeld aan het opleidingsniveau van de ouders, maar met behulp van de AFS-subsidie staat het nu open voor alle ouders.

De school zet sterk in op een gedeelde visie en aanpak binnen het team. Onderdeel van deze aanpak is dat iedereen die op de school werkt, zich bewust is van het feit dat het een Familieschool is en wat dit vraagt van hun houding en professionele rol. Bij het aannemen van nieuwe collega’s wordt bijvoorbeeld ook gezocht naar mensen die de visie delen dat de school er niet alleen is voor het verzorgen van goed onderwijs, maar ook om gezinnen verder te helpen. Docenten hebben een belangrijke signalerende rol, en maken daarbij ook gebruik van een signaleringslijst waarin vragen over armoede zijn opgenomen. De school verbindt het concept van de Familieschool aan de aanpak van de Transformatieve School (Gelijke Kansen Alliantie, 2024). Deze aanpak richt zich op het verbinden van de verschillende leefwerelden waarin kinderen zich bevinden: thuis, in de wijk en op school. Door aandacht te hebben voor mogelijke verschillen tussen deze leefwerelden, kan de school beter aansluiten bij wat er speelt bij kinderen en hun families. Binnen de visie van de Transformatieve School spelen positieve verwachtingen van leerlingen en ouders ook een centrale rol. Teamleden leren door middel van intervisie en trainingen meer van elkaar en van externen, waaronder ook van lokale partnerorganisaties.

Bovenstaande aanpak wordt gedeeltelijk gefinancierd vanuit de Familieschool-subsidie van de Gemeente Amsterdam. De basisschool maakt daarnaast ook gebruik van andere landelijke en lokale subsidieregelingen om het aanbod voor kinderen en gezinnen vorm te geven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Familiepakket, een lokale regeling van de Gemeente voor de inzet van medewerkers van het Buurtteam voor inloopspreekuren op school. Ook zijn er zogenaamde School en Omgeving gelden vanuit de landelijke overheid om het buitenschools aanbod voor leerlingen te vergroten, in samenwerking met wijkpartners.

In een Integraal Kind Centrum (IKC) werken kinderopvang, basisschool en zorg intensief samen aan de ontwikkeling van kinderen. Dit doen ze vanuit dezelfde locatie, met een gezamenlijke pedagogische visie en aanpak. Op deze manier worden kinderen tussen nul en dertien jaar in een doorgaande lijn begeleid in hun ontwikkeling (Veen et al, 2019). Ook heeft deze interprofessionele samenwerking vaak als doel om ondersteuningsbehoeften vroeg te signaleren. Bijna 9 op de 10 basisscholen werkt samen met de kinderopvang, waarbij 1 op de 10 basisscholen als een organisatie naar buiten treden (Groen et al, 2025).

In deze vergelijkende casestudy is een IKC meegenomen uit een dorp met minder dan 10.000 inwoners. In dit dorp bevinden zich twee basisscholen, elk met ongeveer 300 leerlingen. Het dorp maakt bestuurlijk gezien deel uit van gefuseerde gemeente in een landelijk gebied. Volgens de school en de Gemeente is er in het dorp weinig te doen voor kinderen en jongeren. Veel voorzieningen bevinden zich elders, niet in het dorp. Er is ook geen ontmoetingsplek, daarom wordt gehangen op straat. De schoolweging1 ligt iets boven het landelijke gemiddelde, wat wil zeggen dat er een iets groter risico is op onderwijsachterstanden (NCO Informatiepunt, 2023).

Er is op deze school relatief veel variatie in de achtergrondkenmerken van de ouders.De school en de Gemeente geven bijvoorbeeld aan dat een deel van de ouders van de school heeft veel geld te besteden heeft, en een deel van de ouders (ongeveer 20-25%) juist moet rondkomen van weinig geld.

Dit IKC heeft in 2019 aangegeven aan de Gemeente dat er veel zorgvragen waren bij de kinderen waar ze niet de juiste ondersteuning aan konden bieden. Het welbevinden van de kinderen nam volgens de school af. De directeur van de school heeft toen allerlei partijen bijeengebracht en hiervan uit is er een nauwere, integrale samenwerking ontstaan. Deze samenwerking richt zich op het vergroten van het welzijn van kinderen op en rond school, waaronder het naschools aanbod. De voornaamste interventie is de inzet van jongerenwerkers en een jeugdondersteuner op de basisschool. Deze professionele krachten wordt betaald door de Gemeente. Ze zijn niet in dienst bij de school maar bij welzijnsorganisaties waar ook andere jongerenwerkers en jeugd- en gezinsondersteuners werken.

De Gemeente betaalt voor deze extra menskracht met het idee dat hier een preventieve werking vanuit gaat en kinderen later minder gebruik hoeven te maken van jeugdhulp. De school geeft aan nu veel sneller contact te kunnen leggen met de juiste ondersteuningspartners, dankzij het netwerk en de expertise van de jongerenwerkers en de jeugdondersteuner in de school. Zij kennen iedereen en kunnen makkelijk en snel doorverwijzen. Met jongerenwerk wordt al iets langer samengewerkt, met de jeugdondersteuner sinds dit jaar. Deze professionals zijn in de klas en op het schoolplein aanwezig en leggen laagdrempelig contact met kinderen en ouders.

Samen met leerkrachten signaleren ze mogelijke ondersteuningsbehoeften en helpen met verwijzing naar relevante instanties. Zij weten waar kinderen en gezinnen terecht kunnen, waaronder ook armoedevoorzieningen. Ook dragen ze bij aan de verdere professionalisering van het team bij het begeleiden van de kinderen op school. Samen met sport- en muziekverenigingen uit de regio is daarnaast ook een naschools aanbod in en om de school ontwikkeld, waar kinderen aan mee kunnen doen. Het aanbod is bedoeld om hen meer kansen te bieden om zich te ontwikkelen. Voor ouders worden de kosten laag gehouden en indien nodig kunnen ze vanuit de bijzondere bijstand van de gemeente aan deze bijdrage voldoen.Ook wordt gebruik gemaakt van het gedachtengoed van de Transformatieve School van Iliass el Hadioui, wat onder meer uitgaat van hoge verwachtingen en aandacht hebben voor de verschillen tussen de leefwerelden (thuis, school, op straat) waar kinderen zich tussen bewegen

Integraal Kind Centrum in een dorpse context