Kinderen die in een context opgroeien met een grote sociale en economische kwetsbaarheid ervaren grote belemmeringen op school. Basisscholen zien de belemmeringen, ze signaleren lege brooddozen, onbetaalde schoolfacturen en slechte huisvesting vaak als eerste. Tot ‘goed leren’ komen lukt door die omstandigheden eerder niet dan wel. De school ziet in het werken met het welzijnsveld (en omgekeerd) mogelijkheden om bij te dragen aan kwaliteitsvol onderwijs. Maar hoe werken scholen samen met welzijnsorganisaties om gezinnen met complexe thuissituaties te ondersteunen?
We delen hierna een aantal van de verschillen en overeenkomsten die in onze analyse naar voren kwamen. De inzichten uit dit onderzoek kunnen niet zonder meer worden toegepast op alle samenwerkingen tussen basisscholen en welzijnsorganisaties. Er is niet één manier waarop je samenwerkingen tussen onderwijs en welzijn kunt organiseren. Scholen en welzijnsorganisaties krijgen de ruimte om zelf een aanpak vorm te geven die aansluit bij de behoeften van gezinnen en de lokale context. Uit de cases bleek de gemeentelijke/ stedelijke context waarbinnen scholen en welzijnsactoren zich situeren, bepalend voor een samenwerking: een grootstedelijke context verschilt immers van een dorpse context, en de behoeften van gezinnen zijn ook zeker niet overal hetzelfde.
Toch zien we uit de vergelijking een zestal hefbomen ontstaan. De mate waarin ze al dan niet voorkomen, helpt of belemmert de samenwerking.
In het project Bruggen bouwen vanuit de basisschool onderzoeken Urban Education (Nederland) en EQUALITY//ResearchCollective van HOGENT (Vlaanderen, België) hoe onderwijs en welzijn elkaar kunnen versterken. In het onderzoek staan vier casussen centraal: per land één in een grote stad en één in een kleinere gemeente. De volgende elementen worden onderzocht: Hoe zijn deze samenwerkingen ontstaan? Welke aanpakken werken goed? En waar lopen scholen en welzijnsorganisaties tegenaan?
Om de vragen te beantwoorden, bestudeerden de onderzoekers verslagen van interviews en focusgroepen en rapporten van eerder uitgevoerde praktijkonderzoeken door de onderzoekscentra. Bij een van de vier casussen zijn aanvullende interviews gehouden met de schooldirectie en de lokale overheid omdat de bestaande data niet toereikend was om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. De vier casussen zijn eerst individueel geanalyseerd door de onderzoekers. Vervolgens is er via een cross-case matrix gekeken naar patronen, overeenkomsten en verschillen tussen de stedelijke en dorpse context, evenals tussen beide landen.
Kinderen die in een context opgroeien met een grote sociale en economische kwetsbaarheid ervaren grote belemmeringen op school. Basisscholen zien de belemmeringen, ze signaleren lege brooddozen, onbetaalde schoolfacturen en slechte huisvesting vaak als eerste. Tot ‘goed leren’ komen lukt door die omstandigheden eerder niet dan wel. De school ziet in het werken met het welzijnsveld (en omgekeerd) mogelijkheden om bij te dragen aan kwaliteitsvol onderwijs. Maar hoe werken scholen samen met welzijnsorganisaties om gezinnen met complexe thuissituaties te ondersteunen
We delen hierna een aantal van de verschillen en overeenkomsten die in onze analyse naar voren kwamen. De inzichten uit dit onderzoek kunnen niet zonder meer worden toegepast op alle samenwerkingen tussen basisscholen en welzijnsorganisaties. Er is niet één manier waarop je samenwerkingen tussen onderwijs en welzijn kunt organiseren. Scholen en welzijnsorganisaties krijgen de ruimte om zelf een aanpak vorm te geven die aansluit bij de behoeften van gezinnen en de lokale context. Uit de cases bleek de gemeentelijke/ stedelijke context waarbinnen scholen en welzijnsactoren zich situeren, bepalend voor een samenwerking: een grootstedelijke context verschilt immers van een dorpse context, en de behoeften van gezinnen zijn ook zeker niet overal hetzelfde.
Toch zien we uit de vergelijking een zestal hefbomen ontstaan. De mate waarin ze al dan niet voorkomen, helpt of belemmert de samenwerking.
In het project Bruggen bouwen vanuit de basisschool onderzoeken Urban Education (Nederland) en EQUALITY//ResearchCollective van HOGENT (Vlaanderen, België) hoe onderwijs en welzijn elkaar kunnen versterken. In het onderzoek staan vier casussen centraal: per land één in een grote stad en één in een kleinere gemeente. De volgende elementen worden onderzocht: Hoe zijn deze samenwerkingen ontstaan? Welke aanpakken werken goed? En waar lopen scholen en welzijnsorganisaties tegenaan?
Om de vragen te beantwoorden, bestudeerden de onderzoekers verslagen van interviews en focusgroepen en rapporten van eerder uitgevoerde praktijkonderzoeken door de onderzoekscentra. Bij een van de vier casussen zijn aanvullende interviews gehouden met de schooldirectie en de lokale overheid omdat de bestaande data niet toereikend was om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. De vier casussen zijn eerst individueel geanalyseerd door de onderzoekers. Vervolgens is er via een cross-case matrix gekeken naar patronen, overeenkomsten en verschillen tussen de stedelijke en dorpse context, evenals tussen beide landen.