In gesprek met twee rekendocenten uit verschillende generaties: Erwin Janssen en Annemarie Bruggers. Beiden stonden jarenlang zelf voor de klas in het basisonderwijs en leiden nu toekomstige leerkrachten op in rekenen-wiskunde. Wat drijft hen, en wat maakt de rekensectie van Pabo HvA zo bijzonder?
We willen dat álle studenten ontdekken dat rekenen leuk kan zijn
Vaksectie Rekenen
Duo interviews
Annemarie Bruggers
Erwin Janssen
Waarom is rekenen zo belangrijk voor goede basisschoolleerkrachten – en waarin blinkt de Pabo HvA uit?
Annemarie: “Rekenen is echt één van de fundamenten van het basisonderwijs. Het is een vak dat bijna elke dag terugkomt. Juist in een tijd waarin je van alles kunt opzoeken, en je rekenmachines en tools als ChatGPT hebt, is het nodig dat kinderen zélf kunnen redeneren: klopt de informatie die ik zie wel? Hoe krijg ik grip op al die getallen in de wereld om me heen? Wij willen dat onze studenten kinderen leren ‘de wereld in getallen’ te begrijpen.”
Erwin: “Naast dat het belangrijk is, is rekenen ook gewoon mooi. Er zit een soort schoonheid in: in regelmaat, in patronen, in symmetrie. Je kunt het prachtig koppelen aan kunstzinnige vorming – denk aan meten, meetkunde, symmetrie in tekeningen. En het heeft iets van puzzelen: oplossingen zoeken, nadenken, uitproberen. We vinden het belangrijk dat studenten dat aspect ook ontdekken: dat rekenen-wiskunde niet alleen ‘moet’, maar ook leuk en esthetisch kan zijn.”
Annemarie: “Wat studenten volgens mij erg waarderen aan onze rekensectie, is dat we met z’n allen zoveel praktijkervaring hebben. We komen uit het basisonderwijs, uit het voortgezet onderwijs, er zijn collega’s die wiskunde gestudeerd hebben – met bijna elk type reken- of wiskundevraag kun je wel bij iemand terecht. En we werken heel erg als team: goed onderwijs zien we als een teamprestatie, niet als iets individueels. Ik voel me nooit bezwaard om even bij een collega te checken: ‘Hoe pak jij dit onderwerp aan?’ Die openheid merken studenten ook.”
Erwin: “Ja, die cultuur is er eigenlijk al vanaf de dag dat ik hier begon. En studenten waarderen het dat we veel voorbeelden uit eigen praktijk kunnen geven: lessen die we zelf hebben gegeven, situaties die we écht hebben meegemaakt. Dat maakt het allemaal concreet en herkenbaar.”
150 jaar HvA Pabo: wat is er veranderd in rekenen, en wat is opvallend hetzelfde gebleven?
Annemarie: “Toen ik begon in het onderwijs, stond ik nog gewoon bij het krijtbord. De grootste verandering is echt de rol van ICT: digiborden, online oefenprogramma’s, adaptieve software. Eerst was er een enorme omarming van alle digitale toepassingen. Nu komt er gelukkig een kritischer toon: wanneer zetten we ICT écht goed in, en wanneer is ouderwets potlood en papier gewoon beter? Het leek soms een perfecte oplossing – geen nakijkwerk meer! – maar dan is de vraag: leren kinderen hier ook echt beter rekenen van, of is het vooral handig voor de leerkracht?”
Erwin: “Precies. Je ziet dat sommige dingen in het begin wat gedachteloos zijn ingevoerd. Terwijl een rekenschriftje of kladblaadje nog steeds ontzettend belangrijk is. En ik moet bekennen: ik zou zo weer een krijtbord willen. Dat klinkt oud, maar ik vind het heerlijk om gewoon samen met studenten op het bord opgaven uit te rekenen en dingen voor te doen. Het whiteboard is wat dat betreft nog steeds mijn vriend.”
“Wat gebleven is: het belang van rekenen is nog net zo groot als toen ik 38 jaar geleden in het onderwijs begon. En sommige discussies zijn opvallend hardnekkig, zoals de wisselwerking tussen ‘begrijpen’ en ‘inoefenen’. Waar leg je het accent? Wat vinden we op dit moment belangrijker? Dat gesprek is eigenlijk nooit klaar.”
Annemarie: “Wij staan nog steeds heel erg achter het gedachtegoed van realistisch rekenen: dat leerlingen begrijpen wát ze doen, niet alleen trucjes leren. Tegelijkertijd vergeten we het oefenen niet: het is ook gewoon heel fijn als je bijvoorbeeld de tafels paraat hebt, zodat je niet bij elke som hoeft te bedenken ‘hoe zal ik het nu weer aanpakken?’ Begrip én oefening horen bij elkaar.”
Jullie vertegenwoordigen verschillende generaties. Waarin lijken jullie op elkaar – en waarin verschillen jullie?
Annemarie: “Ik denk dat wij inhoudelijk heel erg hetzelfde denken over rekenen-wiskunde. We vinden het allebei belangrijk dat er begrip is, en dat het vak ook plezier mag geven. En we zien allebei hoe breed toepasbaar rekenen is, in allerlei vakken en situaties.”
Erwin: “Als ik bij Annemarie in de les kijk, zie ik veel terug van hoe ik zelf lesgeef: studenten aan het denken zetten, kritische vragen stellen, ze niet meteen het antwoord geven maar laten redeneren. En ik zie bij haar ook dat het niet alleen om ‘pret om de pret’ gaat, maar dat je plezier juist krijgt dóór kennis en vaardigheid op te bouwen. Hoe beter je het snapt, hoe leuker het wordt.”
Annemarie: “Andersom herken ik bij jou heel sterk dat je het belang ziet van vlot kunnen redeneren. Als je een beetje kennis van zaken hebt, wordt het makkelijker én leuker. Daar zijn we heel eensgezind in.”
Erwin: “Een verschil is denk ik dat Annemarie net wat sneller in de actiestand staat dan ik – en dat bedoel ik positief. Ik heb vaak even tijd nodig om na te denken voor ik iets doe. Die combinatie werkt juist goed: zij is meer van ‘hup, gaan’, ik ben iets beschouwender.”
Annemarie: “En door die combinatie merk ik bij mezelf dat ik ook vaker even stilsta: hoeft dit nu echt door mij opgelost te worden, of kan de student hier zelf mee aan de slag? Toen ik net bij Pabo HvA begon, zat ik heel erg in de ‘dienstverleningsstand’: alles voor studenten willen regelen. Nu probeer ik veel meer de vraag bij hen terug te leggen. Dat heb ik echt van jou geleerd – en dat past ook bij hoe we als Pabo HvA kijken naar leren: studenten leren het meest als zij zelf aan zet zijn.”
De HvA Pabo staat bekend als praktijkgericht. Kun je een voorbeeld geven van die meerwaarde?
Erwin: “Een mooi voorbeeld vind ik de opdracht Maatwerk. Studenten leren daarin een leerling goed te diagnosticeren: wat kan dit kind, waar loopt het vast, welke denkstappen zitten erachter? Van zowel studenten als scholen horen we daar heel positieve verhalen over. Ze merken dat ze door die opdracht veel beter leren kijken naar kinderen.”
“Daarnaast hebben we lessen rond het oplossen van rijke rekenproblemen, of non-routineproblemen. In het begin geeft dat soms wat aanloopproblemen, omdat dit soort lessen in de praktijk niet overal gebruikelijk zijn. Maar wat we terugkrijgen, is dat mentoren uiteindelijk enthousiast worden. Ze zeggen dan dingen als: ‘Fijn als je de hele stageperiode elke week zo’n les geeft!’ Dat betekent dat wat we hier doen, echt doorwerkt in de klas.”
Annemarie: “Van studenten hoor ik daarnaast vaak dat ze ons enthousiasme waarderen, en dat we zo met hen meedenken omdat we zelf uit de praktijk komen. Er zijn studenten die zeggen: ‘Ik vond rekenen op de basisschool zelf best lastig, maar nu ik deze lessen heb, word ik enthousiast en krijg ik zin om dit met kinderen te doen.’ Dan hoop ik echt dat we bijdragen aan het verminderen van die rekenaversie bij kinderen. Dat onze studenten vrolijke, leuke rekenlessen gaan geven, waarin ook de twijfelende of bange rekenaar zich gezien voelt.”
Hoe zouden jullie een aankomende student enthousiasmeren voor Pabo HvA en voor rekenen-wiskunde?
Annemarie: “Ik ben ervan overtuigd dat hoe wij als sectie met elkaar omgaan, uiteindelijk doorwerkt naar studenten. Wij leren zelf ook voortdurend van en met elkaar, en daarin hebben we een voorbeeldrol. Ik hoop dat studenten merken: hier is het normaal om samen te leren, vragen te stellen, dingen uit te proberen. Dat ze zich vrij voelen om met én van elkaar te leren.”
“En dan hebben we nog een groot pluspunt: we zitten in Amsterdam. In de klas heb je studenten met allerlei verschillende achtergronden, ideeën en zienswijzen. Ik vind het prachtig om juist dát te gebruiken: dat je open met elkaar deelt, leert van elkaars perspectief en er samen van geniet. Dat is echt een meerwaarde van de Pabo in een stad als Amsterdam.”
Erwin: “Wat ik er graag aan toevoeg: als je bij ons komt en je staat ervoor open, dan leren we je echt goed rekenen. Ook als je nu nog niet zo zeker bent van jezelf. En als je het al goed kunt, dan zorgen we dat je nóg beter wordt. We hebben in de sectie een mooie mix aan persoonlijkheden; er is altijd wel iemand bij wie jij aansluiting vindt.
We vinden het bijvoorbeeld helemaal prima als een student zegt: ‘Ik zit nu bij Annemarie in de les, maar ik hoor dat Erwin hetzelfde onderwerp op een andere manier uitlegt. Mag ik daar eens gaan luisteren?’ Sterker nog, we moedigen dat aan. Neem alles wat je hoort en ziet mee, en meng dat tot jouw eigen ‘saus’ om straks mooie rekenlessen te geven.
En wat studenten ook vaak teruggeven, is dat ze zien dat wij als sectie lol hebben met elkaar. Dat we het goed hebben onderling. Die sfeer, die pret, dat werkt aanstekelijk. Ik denk dat dat een mooie reden is om voor Pabo HvA te kiezen – en voor onze rekensectie in het bijzonder.”
Annemarie Bruggers werkt sinds 2020 op Pabo HvA. Daarvoor werkte zij ruim 15 jaar in het basisonderwijs in Amsterdam als groepsleerkracht en later ook remedial teacher en nascholingsdocent. Haar hoofdtaak is het geven van rekenen-wiskundelessen; daarnaast is ze kerndocent voor jaar 1 en de zij-instroom. Haar favoriete kinderboek is Is er dan niemand boos? van Toon Tellegen, dat ze met veel plezier zowel thuis als in de klas voorlas – vooral in de bovenbouw, omdat het zo uitnodigt tot gesprek over gevoelens. In haar vrije tijd leest ze graag, gaat ze de natuur in, geniet ze van vogels, bloemen en muziek.
Erwin Janssen werkt sinds 2003 op de Pabo. Daarvoor stond hij 17 jaar in het montessoribasisonderwijs in Amsterdam. Op de Pabo geeft hij vooral rekenen-wiskunde, en daarnaast is hij onder meer assessor en voorzitter van de examencommissie. Zijn favoriete kinderboek is Torenhoog en mijlenbreed van Tonke Dragt: een klassieker die veel studenten inmiddels niet meer kennen. In zijn vrije tijd fotografeert hij graag, speelt hij saxofoon, duikt hij en wandelt hij veel.
Even voorstellen
We willen dat álle studenten ontdekken dat rekenen leuk kan zijn
Duo interviews
In gesprek met twee rekendocenten uit verschillende generaties: Erwin Janssen en Annemarie Bruggers. Beiden stonden jarenlang zelf voor de klas in het basisonderwijs en leiden nu toekomstige leerkrachten op in rekenen-wiskunde. Wat drijft hen, en wat maakt de rekensectie van Pabo HvA zo bijzonder?
Vaksectie Rekenen
Waarom is rekenen zo belangrijk voor goede basisschoolleerkrachten – en waarin blinkt de Pabo HvA uit?
Annemarie: “Rekenen is echt één van de fundamenten van het basisonderwijs. Het is een vak dat bijna elke dag terugkomt. Juist in een tijd waarin je van alles kunt opzoeken, en je rekenmachines en tools als ChatGPT hebt, is het nodig dat kinderen zélf kunnen redeneren: klopt de informatie die ik zie wel? Hoe krijg ik grip op al die getallen in de wereld om me heen? Wij willen dat onze studenten kinderen leren ‘de wereld in getallen’ te begrijpen.”
Erwin: “Naast dat het belangrijk is, is rekenen ook gewoon mooi. Er zit een soort schoonheid in: in regelmaat, in patronen, in symmetrie. Je kunt het prachtig koppelen aan kunstzinnige vorming – denk aan meten, meetkunde, symmetrie in tekeningen. En het heeft iets van puzzelen: oplossingen zoeken, nadenken, uitproberen. We vinden het belangrijk dat studenten dat aspect ook ontdekken: dat rekenen-wiskunde niet alleen ‘moet’, maar ook leuk en esthetisch kan zijn.”
Annemarie: “Wat studenten volgens mij erg waarderen aan onze rekensectie, is dat we met z’n allen zoveel praktijkervaring hebben. We komen uit het basisonderwijs, uit het voortgezet onderwijs, er zijn collega’s die wiskunde gestudeerd hebben – met bijna elk type reken- of wiskundevraag kun je wel bij iemand terecht. En we werken heel erg als team: goed onderwijs zien we als een teamprestatie, niet als iets individueels. Ik voel me nooit bezwaard om even bij een collega te checken: ‘Hoe pak jij dit onderwerp aan?’ Die openheid merken studenten ook.”
Erwin: “Ja, die cultuur is er eigenlijk al vanaf de dag dat ik hier begon. En studenten waarderen het dat we veel voorbeelden uit eigen praktijk kunnen geven: lessen die we zelf hebben gegeven, situaties die we écht hebben meegemaakt. Dat maakt het allemaal concreet en herkenbaar.”
150 jaar HvA Pabo: wat is er veranderd in rekenen, en wat is opvallend hetzelfde gebleven?
Annemarie: “Toen ik begon in het onderwijs, stond ik nog gewoon bij het krijtbord. De grootste verandering is echt de rol van ICT: digiborden, online oefenprogramma’s, adaptieve software. Eerst was er een enorme omarming van alle digitale toepassingen. Nu komt er gelukkig een kritischer toon: wanneer zetten we ICT écht goed in, en wanneer is ouderwets potlood en papier gewoon beter? Het leek soms een perfecte oplossing – geen nakijkwerk meer! – maar dan is de vraag: leren kinderen hier ook echt beter rekenen van, of is het vooral handig voor de leerkracht?”
Erwin: “Precies. Je ziet dat sommige dingen in het begin wat gedachteloos zijn ingevoerd. Terwijl een rekenschriftje of kladblaadje nog steeds ontzettend belangrijk is. En ik moet bekennen: ik zou zo weer een krijtbord willen. Dat klinkt oud, maar ik vind het heerlijk om gewoon samen met studenten op het bord opgaven uit te rekenen en dingen voor te doen. Het whiteboard is wat dat betreft nog steeds mijn vriend.”
“Wat gebleven is: het belang van rekenen is nog net zo groot als toen ik 38 jaar geleden in het onderwijs begon. En sommige discussies zijn opvallend hardnekkig, zoals de wisselwerking tussen ‘begrijpen’ en ‘inoefenen’. Waar leg je het accent? Wat vinden we op dit moment belangrijker? Dat gesprek is eigenlijk nooit klaar.”
Annemarie: “Wij staan nog steeds heel erg achter het gedachtegoed van realistisch rekenen: dat leerlingen begrijpen wát ze doen, niet alleen trucjes leren. Tegelijkertijd vergeten we het oefenen niet: het is ook gewoon heel fijn als je bijvoorbeeld de tafels paraat hebt, zodat je niet bij elke som hoeft te bedenken ‘hoe zal ik het nu weer aanpakken?’ Begrip én oefening horen bij elkaar.”
Jullie vertegenwoordigen verschillende generaties. Waarin lijken jullie op elkaar – en waarin verschillen jullie?
Annemarie: “Ik denk dat wij inhoudelijk heel erg hetzelfde denken over rekenen-wiskunde. We vinden het allebei belangrijk dat er begrip is, en dat het vak ook plezier mag geven. En we zien allebei hoe breed toepasbaar rekenen is, in allerlei vakken en situaties.”
Erwin: “Als ik bij Annemarie in de les kijk, zie ik veel terug van hoe ik zelf lesgeef: studenten aan het denken zetten, kritische vragen stellen, ze niet meteen het antwoord geven maar laten redeneren. En ik zie bij haar ook dat het niet alleen om ‘pret om de pret’ gaat, maar dat je plezier juist krijgt dóór kennis en vaardigheid op te bouwen. Hoe beter je het snapt, hoe leuker het wordt.”
Annemarie: “Andersom herken ik bij jou heel sterk dat je het belang ziet van vlot kunnen redeneren. Als je een beetje kennis van zaken hebt, wordt het makkelijker én leuker. Daar zijn we heel eensgezind in.”
Erwin: “Een verschil is denk ik dat Annemarie net wat sneller in de actiestand staat dan ik – en dat bedoel ik positief. Ik heb vaak even tijd nodig om na te denken voor ik iets doe. Die combinatie werkt juist goed: zij is meer van ‘hup, gaan’, ik ben iets beschouwender.”
Annemarie: “En door die combinatie merk ik bij mezelf dat ik ook vaker even stilsta: hoeft dit nu echt door mij opgelost te worden, of kan de student hier zelf mee aan de slag? Toen ik net bij Pabo HvA begon, zat ik heel erg in de ‘dienstverleningsstand’: alles voor studenten willen regelen. Nu probeer ik veel meer de vraag bij hen terug te leggen. Dat heb ik echt van jou geleerd – en dat past ook bij hoe we als Pabo HvA kijken naar leren: studenten leren het meest als zij zelf aan zet zijn.”
De HvA Pabo staat bekend als praktijkgericht. Kun je een voorbeeld geven van die meerwaarde?
Erwin: “Een mooi voorbeeld vind ik de opdracht Maatwerk. Studenten leren daarin een leerling goed te diagnosticeren: wat kan dit kind, waar loopt het vast, welke denkstappen zitten erachter? Van zowel studenten als scholen horen we daar heel positieve verhalen over. Ze merken dat ze door die opdracht veel beter leren kijken naar kinderen.”
“Daarnaast hebben we lessen rond het oplossen van rijke rekenproblemen, of non-routineproblemen. In het begin geeft dat soms wat aanloopproblemen, omdat dit soort lessen in de praktijk niet overal gebruikelijk zijn. Maar wat we terugkrijgen, is dat mentoren uiteindelijk enthousiast worden. Ze zeggen dan dingen als: ‘Fijn als je de hele stageperiode elke week zo’n les geeft!’ Dat betekent dat wat we hier doen, echt doorwerkt in de klas.”
Annemarie: “Van studenten hoor ik daarnaast vaak dat ze ons enthousiasme waarderen, en dat we zo met hen meedenken omdat we zelf uit de praktijk komen. Er zijn studenten die zeggen: ‘Ik vond rekenen op de basisschool zelf best lastig, maar nu ik deze lessen heb, word ik enthousiast en krijg ik zin om dit met kinderen te doen.’ Dan hoop ik echt dat we bijdragen aan het verminderen van die rekenaversie bij kinderen. Dat onze studenten vrolijke, leuke rekenlessen gaan geven, waarin ook de twijfelende of bange rekenaar zich gezien voelt.”
Hoe zouden jullie een aankomende student enthousiasmeren voor Pabo HvA en voor rekenen-wiskunde?
Annemarie: “Ik ben ervan overtuigd dat hoe wij als sectie met elkaar omgaan, uiteindelijk doorwerkt naar studenten. Wij leren zelf ook voortdurend van en met elkaar, en daarin hebben we een voorbeeldrol. Ik hoop dat studenten merken: hier is het normaal om samen te leren, vragen te stellen, dingen uit te proberen. Dat ze zich vrij voelen om met én van elkaar te leren.”
“En dan hebben we nog een groot pluspunt: we zitten in Amsterdam. In de klas heb je studenten met allerlei verschillende achtergronden, ideeën en zienswijzen. Ik vind het prachtig om juist dát te gebruiken: dat je open met elkaar deelt, leert van elkaars perspectief en er samen van geniet. Dat is echt een meerwaarde van de Pabo in een stad als Amsterdam.”
Erwin: “Wat ik er graag aan toevoeg: als je bij ons komt en je staat ervoor open, dan leren we je echt goed rekenen. Ook als je nu nog niet zo zeker bent van jezelf. En als je het al goed kunt, dan zorgen we dat je nóg beter wordt. We hebben in de sectie een mooie mix aan persoonlijkheden; er is altijd wel iemand bij wie jij aansluiting vindt.
We vinden het bijvoorbeeld helemaal prima als een student zegt: ‘Ik zit nu bij Annemarie in de les, maar ik hoor dat Erwin hetzelfde onderwerp op een andere manier uitlegt. Mag ik daar eens gaan luisteren?’ Sterker nog, we moedigen dat aan. Neem alles wat je hoort en ziet mee, en meng dat tot jouw eigen ‘saus’ om straks mooie rekenlessen te geven.
En wat studenten ook vaak teruggeven, is dat ze zien dat wij als sectie lol hebben met elkaar. Dat we het goed hebben onderling. Die sfeer, die pret, dat werkt aanstekelijk. Ik denk dat dat een mooie reden is om voor Pabo HvA te kiezen – en voor onze rekensectie in het bijzonder.”
Erwin Janssen werkt sinds 2003 op de Pabo. Daarvoor stond hij 17 jaar in het montessoribasisonderwijs in Amsterdam. Op de Pabo geeft hij vooral rekenen-wiskunde, en daarnaast is hij onder meer assessor en voorzitter van de examencommissie. Zijn favoriete kinderboek is Torenhoog en mijlenbreed van Tonke Dragt: een klassieker die veel studenten inmiddels niet meer kennen. In zijn vrije tijd fotografeert hij graag, speelt hij saxofoon, duikt hij en wandelt hij veel.
Annemarie Bruggers werkt sinds 2020 op Pabo HvA. Daarvoor werkte zij ruim 15 jaar in het basisonderwijs in Amsterdam als groepsleerkracht en later ook remedial teacher en nascholingsdocent. Haar hoofdtaak is het geven van rekenen-wiskundelessen; daarnaast is ze kerndocent voor jaar 1 en de zij-instroom. Haar favoriete kinderboek is Is er dan niemand boos? van Toon Tellegen, dat ze met veel plezier zowel thuis als in de klas voorlas – vooral in de bovenbouw, omdat het zo uitnodigt tot gesprek over gevoelens. In haar vrije tijd leest ze graag, gaat ze de natuur in, geniet ze van vogels, bloemen en muziek.
Even voorstellen
Erwin Janssen
Annemarie Bruggers