In gesprek met twee docenten van de vaksectie Nederlands Marja de Boer en Wia Rijpkema. Ze hebben beiden zelf de pabo gedaan en voor de klas gestaan. Via verschillende routes zijn zij docent bij Pabo HvA geworden om toekomstige leerkrachten op te leiden en te enthousiasmeren over de veelzijdigheid van lezen en schrijven. Wat drijft hen en wat maakt de sectie Nederlands van Pabo HvA zo bijzonder?  

Studenten merken in de praktijk dat onze lesmethodes werken 

Vaksectie Nederlands 

Duo interviews

Wia Rijpkema

Waarom is Nederlands zo belangrijk voor goede basisschoolleerkrachten en waarin blinkt Pabo HvA uit?  

Wia: “Om je überhaupt staande te houden in de maatschappij heb je kennis nodig en daarvoor moet je taal kunnen begrijpen en gebruiken. Wij hebben altijd enorm geïnvesteerd in de combinatie van Nederlandse taal en de zaakvakken zoals wereldoriëntatie. Ik denk dat wij daar – als pabo-opleiding - wel heel ver in zijn. Wij hebben met onze werkwijze het werkveld ook wel echt iets te bieden. Basisscholen zijn vaak nog zoekende hierin. Die zijn jarenlang afhankelijk geweest van methodes met lessen die vooral gericht waren op het aanleren van leesstrategieën. Dus is het fijn dat wij onze studenten deze manier van werken kunnen meegeven.” 

Marja: “We houden de onderzoeksliteratuur - met name over begrijpend lezen en stellen (schrijven) – goed bij en op basis daarvan hebben we onze lessen helemaal aangepast en uitgebouwd. We promoten daarbij prachtige non-fictie kinderboeken die als basis kunnen dienen voor de lessen begrijpend lezen die studenten gaan ontwikkelen. De bibliotheek hier op het Kohnstammhuis is rijk gevuld met echt actuele non-fictie boeken voor kinderen. Studenten maken vaak pas kennis met die boeken door onze lessen. Zijinstromers zijn ook vaak heel enthousiast over de combinatie wereldoriëntatie en taal en nemen dan hun teamgenoten weer mee in deze nieuwe manier van werken.”  

150 jaar Pabo HvA: wat is er veranderd in het vak Nederlands, en wat is grotendeels hetzelfde gebleven? 

Marja: “Het is heel lang geleden dat ik op de basisschool voor de klas stond en als ik nu terugkijk heb ik dat begrijpend lezen destijds zelf niet goed aangepakt. We waren heel erg gericht op zelfstandig werken. Ik was er dan heel tevreden over dat ik ze met zogenaamde ‘bakkaarten’ liet werken en dat ze zelf de antwoorden konden opzoeken. Nu weet ik dat dat prima werkte voor kinderen die al goed waren in begrijpend lezen maar kinderen die daar niet goed in waren hebben daar nauwelijks iets van kunnen leren. Dat is gelukkig veranderd!” 

Wia: “Toen ik voor de klas stond heb ik niet enorm veel recente jeugdboeken gelezen, ik las vooral klassiekers voor. Ik had met wat ik nu weet dingen anders aangepakt op het gebied van leesonderwijs. En ja die eerste jaren op deze Pabo ben ik met name geïnspireerd door collega Jos Calis die ons al die prachtige jeugdboeken liet zien.  

Als team bereiden we onze studenten zo goed mogelijk voor op dat wat ze in de praktijk gaan tegenkomen. De landelijke kennisbasistoets was jarenlang enorm belangrijk, dus moesten we alle begrippen en onderwerpen die daar werden getoetst in ons curriculum aanbieden. Nu de studenten zich meer zelfstandig voorbereiden voor die toets kunnen wij meer focussen op hoe je goed lesgeeft in alle taaldomeinen. Dat vind ik wel echt een hele positieve verandering.”  

De Pabo HvA staat bekend als praktijkgericht. Kun je een voorbeeld geven van die meerwaarde? 

Wia: “Ik kwam eens op stagebezoek bij een tweedejaarsstudent die in de klas een methodeles begrijpend lezen gaf. Het doel van de les was dat de leerlingen leerden om een samenvatting te schrijven. In hun werkboek moesten ze vooral hokjes inkleuren en hebben ze maximaal twee zinnen geschreven. In het nagesprek met deze student vroeg ik waarom zij de les niet had aangepakt op de manier zoals ze dat had geleerd en hoe zij het anders had kunnen doen. Opvallend was dat ze precies wist hoe het in de colleges was geoefend en waarom dat werkte. Ze zag daar ook meteen de meerwaarde van, maar ze vond het nog lastig om de les anders te geven dan haar mentor altijd deed. Tijdens het tweede lesbezoek - toen ze ging toepassen wat ze had geleerd op de Pabo - gaf ze een fantastische les! Wat ze bij ons leren en wat ze in de praktijk doen, zijn soms toch voor studenten twee verschillende werelden. Het is mooi als jij als docent die werelden met elkaar kunt verbinden.” 

Marja: “Ik zie dat ook met zijinstromers. Ze zijn vaak positief verrast wanneer ze wat ze geleerd hebben, toepassen in hun eigen lessen en dan zien dat het echt werkt. Ik zeg ook altijd dat als je het op deze manier aanpakt, je les gegarandeerd lukt. In het verslag lees ik dan bijvoorbeeld hoe enthousiast de leerlingen waren en dat alle kinderen tot een tekst kwamen. En dan denk ik altijd: deze studenten gaan hun leerlingen nooit meer zomaar een ‘opstel’ laten schrijven over de zomervakantie, deze studenten gaan echt veel betere stellessen (schrijflessen) geven” 

Hoe zouden jullie een aankomende student enthousiasmeren voor de Pabo HvA en voor Nederlands? 

Wia: “Ik zeg altijd: het is het leukste beroep wat er is. Ik zou niet anders willen! Het is fantastisch wat je ervoor terugkrijgt en geen dag is hetzelfde. Er zit zoveel variatie in dit werk. En hoe leuk is het als je kinderen enthousiast krijgt over een boek of een schrijfopdracht? En omdat wij midden in de stad zitten hebben we te maken met scholen die leerlingen met allerlei verschillende achtergronden hebben. Daar leiden wij ook onze studenten voor op.”   

Marja: “Dat vind ik als docent ook fantastisch. Ik vind het namelijk ook heerlijk als ik ’s ochtends door de stad fiets. Dat vind ik echt een grote pré. En je kunt op allerlei typen scholen stagelopen en dus met allerlei typen leerlingenpopulaties kennismaken, dus je kunt heel gevarieerd ervaring opdoen.” 

Wia Rijpkema werkt sinds 2012 op de Pabo HvA als docent Nederlands. Ze is voorzitter van de sectie, kerndocent van jaar vier, assessor, instituutsopleider voor Esprit en ze bezoekt, als stagedocent, Pabo-ALO studenten in de praktijk. Lampje staat ook heel hoog op haar favorietenlijstje, maar ze kiest nu toch voor Films die nergens draaien van Jorik Goldenwijk. “Ook een ontroerend verhaal. Het is aan de ene kant verdrietig, maar je ziet ook hoe stoer de hoofdpersoon eigenlijk is.” En ook Wia houdt van salsadansen.   

Marja de Boer

Marja de Boer werkt sinds 2019 als docent Nederlands op de Pabo HvA. Daarnaast is zij kerndocent van het vierde jaar, afstudeerbegeleider, assessor, instituutsopleider voor Innoord en geeft ze NT2-les. Haar favoriete kinderboek is Lampje van Annet Schaap. “Ontroerend, sprookjesachtig en tegelijkertijd heel actueel, een soort hedendaagse Pipi Langkous.” Naast haar werk leest Marja graag en zingt ze in een koor. Ze schaatst, fietst en is sinds kort weer gestart met salsalessen. “Ik werk voor zes uur per week bij het taal en schakeltraject van de HvA. Daar geef ik Nederlands als tweede taal (NT2) aan studenten die in het hbo willen studeren, maar de taal nog niet voldoende beheersen. Taal is zeg maar echt mijn ding – naar dat boekje van Paulien Cornelisse. Ik denk dat dat voor onze hele sectie geldt. We vinden taal en daarmee bezig zijn gewoon ontzettend leuk.” 

Even voorstellen 

Vaksectie Nederlands 

Duo interviews

In gesprek met twee docenten van de vaksectie Nederlands Marja de Boer en Wia Rijpkema. Ze hebben beiden zelf de pabo gedaan en voor de klas gestaan. Via verschillende routes zijn zij docent bij Pabo HvA geworden om toekomstige leerkrachten op te leiden en te enthousiasmeren over de veelzijdigheid van lezen en schrijven. Wat drijft hen en wat maakt de sectie Nederlands van Pabo HvA zo bijzonder?  

Studenten merken in de praktijk dat onze lesmethodes werken 

Waarom is Nederlands zo belangrijk voor goede basisschoolleerkrachten en waarin blinkt Pabo HvA uit?  

Wia: “Om je überhaupt staande te houden in de maatschappij heb je kennis nodig en daarvoor moet je taal kunnen begrijpen en gebruiken. Wij hebben altijd enorm geïnvesteerd in de combinatie van Nederlandse taal en de zaakvakken zoals wereldoriëntatie. Ik denk dat wij daar – als pabo-opleiding - wel heel ver in zijn. Wij hebben met onze werkwijze het werkveld ook wel echt iets te bieden. Basisscholen zijn vaak nog zoekende hierin. Die zijn jarenlang afhankelijk geweest van methodes met lessen die vooral gericht waren op het aanleren van leesstrategieën. Dus is het fijn dat wij onze studenten deze manier van werken kunnen meegeven.” 

Marja: “We houden de onderzoeksliteratuur - met name over begrijpend lezen en stellen (schrijven) – goed bij en op basis daarvan hebben we onze lessen helemaal aangepast en uitgebouwd. We promoten daarbij prachtige non-fictie kinderboeken die als basis kunnen dienen voor de lessen begrijpend lezen die studenten gaan ontwikkelen. De bibliotheek hier op het Kohnstammhuis is rijk gevuld met echt actuele non-fictie boeken voor kinderen. Studenten maken vaak pas kennis met die boeken door onze lessen. Zijinstromers zijn ook vaak heel enthousiast over de combinatie wereldoriëntatie en taal en nemen dan hun teamgenoten weer mee in deze nieuwe manier van werken.”  

150 jaar Pabo HvA: wat is er veranderd in het vak Nederlands, en wat is grotendeels hetzelfde gebleven? 

Marja: “Het is heel lang geleden dat ik op de basisschool voor de klas stond en als ik nu terugkijk heb ik dat begrijpend lezen destijds zelf niet goed aangepakt. We waren heel erg gericht op zelfstandig werken. Ik was er dan heel tevreden over dat ik ze met zogenaamde ‘bakkaarten’ liet werken en dat ze zelf de antwoorden konden opzoeken. Nu weet ik dat dat prima werkte voor kinderen die al goed waren in begrijpend lezen maar kinderen die daar niet goed in waren hebben daar nauwelijks iets van kunnen leren. Dat is gelukkig veranderd!” 

Wia: “Toen ik voor de klas stond heb ik niet enorm veel recente jeugdboeken gelezen, ik las vooral klassiekers voor. Ik had met wat ik nu weet dingen anders aangepakt op het gebied van leesonderwijs. En ja die eerste jaren op deze Pabo ben ik met name geïnspireerd door collega Jos Calis die ons al die prachtige jeugdboeken liet zien.  

Als team bereiden we onze studenten zo goed mogelijk voor op dat wat ze in de praktijk gaan tegenkomen. De landelijke kennisbasistoets was jarenlang enorm belangrijk, dus moesten we alle begrippen en onderwerpen die daar werden getoetst in ons curriculum aanbieden. Nu de studenten zich meer zelfstandig voorbereiden voor die toets kunnen wij meer focussen op hoe je goed lesgeeft in alle taaldomeinen. Dat vind ik wel echt een hele positieve verandering.”  

De Pabo HvA staat bekend als praktijkgericht. Kun je een voorbeeld geven van die meerwaarde? 

Wia: “Ik kwam eens op stagebezoek bij een tweedejaarsstudent die in de klas een methodeles begrijpend lezen gaf. Het doel van de les was dat de leerlingen leerden om een samenvatting te schrijven. In hun werkboek moesten ze vooral hokjes inkleuren en hebben ze maximaal twee zinnen geschreven. In het nagesprek met deze student vroeg ik waarom zij de les niet had aangepakt op de manier zoals ze dat had geleerd en hoe zij het anders had kunnen doen. Opvallend was dat ze precies wist hoe het in de colleges was geoefend en waarom dat werkte. Ze zag daar ook meteen de meerwaarde van, maar ze vond het nog lastig om de les anders te geven dan haar mentor altijd deed. Tijdens het tweede lesbezoek - toen ze ging toepassen wat ze had geleerd op de Pabo - gaf ze een fantastische les! Wat ze bij ons leren en wat ze in de praktijk doen, zijn soms toch voor studenten twee verschillende werelden. Het is mooi als jij als docent die werelden met elkaar kunt verbinden.” 

Marja: “Ik zie dat ook met zijinstromers. Ze zijn vaak positief verrast wanneer ze wat ze geleerd hebben, toepassen in hun eigen lessen en dan zien dat het echt werkt. Ik zeg ook altijd dat als je het op deze manier aanpakt, je les gegarandeerd lukt. In het verslag lees ik dan bijvoorbeeld hoe enthousiast de leerlingen waren en dat alle kinderen tot een tekst kwamen. En dan denk ik altijd: deze studenten gaan hun leerlingen nooit meer zomaar een ‘opstel’ laten schrijven over de zomervakantie, deze studenten gaan echt veel betere stellessen (schrijflessen) geven” 

Hoe zouden jullie een aankomende student enthousiasmeren voor de Pabo HvA en voor Nederlands? 

Wia: “Ik zeg altijd: het is het leukste beroep wat er is. Ik zou niet anders willen! Het is fantastisch wat je ervoor terugkrijgt en geen dag is hetzelfde. Er zit zoveel variatie in dit werk. En hoe leuk is het als je kinderen enthousiast krijgt over een boek of een schrijfopdracht? En omdat wij midden in de stad zitten hebben we te maken met scholen die leerlingen met allerlei verschillende achtergronden hebben. Daar leiden wij ook onze studenten voor op.”   

Marja: “Dat vind ik als docent ook fantastisch. Ik vind het namelijk ook heerlijk als ik ’s ochtends door de stad fiets. Dat vind ik echt een grote pré. En je kunt op allerlei typen scholen stagelopen en dus met allerlei typen leerlingenpopulaties kennismaken, dus je kunt heel gevarieerd ervaring opdoen.” 

Wia Rijpkema

Wia Rijpkema werkt sinds 2012 op de Pabo HvA als docent Nederlands. Ze is voorzitter van de sectie, kerndocent van jaar vier, assessor, instituutsopleider voor Esprit en ze bezoekt, als stagedocent, Pabo-ALO studenten in de praktijk. Lampje staat ook heel hoog op haar favorietenlijstje, maar ze kiest nu toch voor Films die nergens draaien van Jorik Goldenwijk. “Ook een ontroerend verhaal. Het is aan de ene kant verdrietig, maar je ziet ook hoe stoer de hoofdpersoon eigenlijk is.” En ook Wia houdt van salsadansen.   

Even voorstellen 

Marja de Boer werkt sinds 2019 als docent Nederlands op de Pabo HvA. Daarnaast is zij kerndocent van het vierde jaar, afstudeerbegeleider, assessor, instituutsopleider voor Innoord en geeft ze NT2-les. Haar favoriete kinderboek is Lampje van Annet Schaap. “Ontroerend, sprookjesachtig en tegelijkertijd heel actueel, een soort hedendaagse Pipi Langkous.” Naast haar werk leest Marja graag en zingt ze in een koor. Ze schaatst, fietst en is sinds kort weer gestart met salsalessen. “Ik werk voor zes uur per week bij het taal en schakeltraject van de HvA. Daar geef ik Nederlands als tweede taal (NT2) aan studenten die in het hbo willen studeren, maar de taal nog niet voldoende beheersen. Taal is zeg maar echt mijn ding – naar dat boekje van Paulien Cornelisse. Ik denk dat dat voor onze hele sectie geldt. We vinden taal en daarmee bezig zijn gewoon ontzettend leuk.” 

Marja de Boer